Is er sprake van secundaire victimisatie?
Deze zaak betreft een langlopend geschil over een medische fout tijdens een operatie van een te vroeg geboren baby in 2009. Het ziekenhuis heeft erkend dat tijdens de ingreep een tweemaal te hoge dosis ropivacaïne is toegediend, waarna het kind een langdurige periode van ernstige hypotensie en bradycardie doormaakte. In deze procedure heeft de rechtbank na een deskundigenonderzoek eindvonnis gewezen over de aansprakelijkheid.
De deskundigen concluderen dat het kind lijdt aan een zeer ernstig neurologisch letsel, passend bij langdurige onvoldoende hersendoorbloeding tijdens de operatie. Volgens hen zijn geen andere oorzaken voor deze hersenschade aan te wijzen. De kans dat deze zware hersenschade zou zijn ontstaan bij een juiste dosis ropivacaïne en adequate bloeddrukregulatie wordt door de deskundigen extreem klein geacht. Hoewel zij geen exacte percentages kunnen geven voor lichte of middelzware schade, achten zij ernstige schade in de hypothetische situatie zonder fout zeer onwaarschijnlijk.
Omdat daarmee niet exact vast te stellen is welk deel van de schade door de fout is veroorzaakt, beoordeelt de rechtbank de zaak op basis van het verlies van een kans. De rechtbank oordeelt dat de kans op een beter operatieresultaat als de fout niet was gemaakt zeer groot was, zo groot dat het ziekenhuis volledig aansprakelijk is voor de (hersen)schade van het kind.
Verder werd aangevoerd dat sprake is van secundaire victimisatie en dat het ziekenhuis ook om die reden onrechtmatig heeft gehandeld. De rechtbank gaat hierin mee voor zover het betreft het extra leed dat de minderjarige heeft ervaren doordat het ziekenhuis onvoldoende voorschotten heeft verstrekt op zijn persoonlijke schade. Voor dat aanvullende leed moet het ziekenhuis een immateriële schadevergoeding betalen. Volgens de rechtbank is een symbolisch bedrag daarvoor passend; de exacte hoogte daarvan zal worden vastgesteld in de schadestaatprocedure.
Deze uitspraak benadrukt dat een aansprakelijke partij tijdens een lopende schadeafwikkeling tijdig en voldoende moet bevoorschotten, zeker wanneer deskundigenonderzoek uitwijst dat aansprakelijkheid.
Deze teaser is geschreven door Noor Wasmus
Om de uitspraak te lezen klik hier.