Kan een (brand)verzekeraar zich beroepen op een uitgestelde oplevering die niet concreet is uitgevraagd?
In dit vonnis oordeelt de rechtbank Midden-Nederland dat een verzekeraar de brandschade aan een appartementencomplex moet vergoeden onder de afgesloten bedrijfsopstalverzekering. De zaak gaat over een pand dat door de eigenaar was gekocht van een ontwikkelaar en vervolgens in zijn opdracht werd verbouwd tot appartementencomplex. Voor dat pand had de eigenaar via een tussenpersoon een opstalverzekering afgesloten. Kort daarna werd in het pand brand gesticht, waardoor ruim € 520.000 schade ontstond.
De opstalverzekeraar stelt zich op het standpunt dat zij niet tot uitkering gehouden is. Volgens de verzekeraar is geen wilsovereenstemming bereikt, omdat zij ervan uitging dat het pand op de ingangsdatum van de verzekering zou zijn opgeleverd. Ook zou de eigenaar zijn mededelingsplicht hebben geschonden door de uitgestelde oplevering niet te melden tijdens het sluitproces van de verzekering. Daarnaast stelt de verzekeraar dat de eigenaar geen verzekerd belang heeft en dat de schade op grond van de ‘na-u’-clausule moet worden verhaald op de ontwikkelaar of de CAR-verzekeraar.
De rechtbank volgt die redenering niet. De verzekering is gesloten op basis van een aanvraagformulier waarin niet naar de opleveringsdatum is gevraagd, maar alleen naar de gewenste ingangsdatum. Uit de offerte en polis volgt evenmin dat de dekking afhankelijk is gesteld van oplevering per 1 juni 2024. Daarbij weegt mee dat bekend was dat het pand zich in de afrondingsfase bevond, terwijl de verzekeraar geen nadere vragen heeft gesteld en geen voorwaarde heeft opgenomen dat de dekking pas na oplevering zou ingaan. Onder die omstandigheden hoefde de eigenaar niet uit zichzelf te begrijpen dat de uitgestelde oplevering voor de verzekeraar zo essentieel was dat hij die moest melden. Van schending van de mededelingsplicht is daarom geen sprake.
Ook het beroep op het ontbreken van een verzekerd belang slaagt niet. De rechtbank oordeelt dat de verzekerde als juridisch eigenaar een eigen belang had bij de opstalverzekering, ook als het pand nog niet zou zijn opgeleverd.
De ‘na-u’-clausule biedt de verzekeraar evenmin uitkomst, omdat de daarin genoemde mogelijkheden om de schade elders terug te krijgen zich hier niet voordoen.
Ten slotte strandt het verhaal op de ontwikkelaar in vrijwaring. Op grond van art. 2 BBr 2014 is daarvoor vereist dat sprake is van onzorgvuldig handelen dat een relevante factor is geweest bij het ontstaan van de brand. Daaraan is volgens de rechtbank niet voldaan.
Voor de praktijk laat deze uitspraak zien dat een verzekeraar die de opleveringsstatus van een pand doorslaggevend acht, dit voldoende kenbaar moet maken in de aanvraag, offerte of polis. Ontbreekt een concrete vraag of voorwaarde, dan ligt een beroep op het ontbreken van wilsovereenstemming of schending van de mededelingsplicht niet snel voor de hand.
Deze teaser is geschreven door Eunice Blokland.