Succesvol beroep op verjaring?
Bij een inseminatie heeft een gynaecoloog zijn eigen zaad gebruikt voor het verwekken van een drieling in 1988.
In deze uitspraak komt het hof tot een ander oordeel dan de rechtbank en acht het ziekenhuis aansprakelijk voor de schade van de moeder en haar kinderen. Volgens het hof mocht de moeder er, gelet op de gang van zaken rond het onderzoek en de inseminatie, gerechtvaardigd op vertrouwen dat zij niet alleen met de gynaecoloog maar ook met het ziekenhuis een behandelovereenkomst had gesloten. Dat de gynaecoloog destijds vrijgevestigd was en niet in dienst van het ziekenhuis, doet daaraan niet af.
Dit gerechtvaardigd vertrouwen is volgens het hof later versterkt door de houding en uitlatingen van het ziekenhuis, met name nadat in 2020 bekend werd dat de gynaecoloog zijn eigen zaad had gebruikt. Het ziekenhuis heeft toen nagelaten duidelijk te maken dat het zich niet juridisch verantwoordelijk achtte en heeft juist excuses aangeboden en erkend dat het destijds niet geheel vrij van blaam was. Daarmee heeft het ziekenhuis bij de moeder en de kinderen de indruk gewekt dat het ook juridisch verantwoordelijkheid droeg.
Het hof oordeelt verder dat het beroep van het ziekenhuis op verjaring in dit specifieke geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarbij weegt zwaar dat sprake is van uiterst ernstig en heimelijk handelen van de gynaecoloog, in strijd met gemaakte afspraken en professionele normen, met ingrijpende gevolgen voor de moeder en de kinderen en met schending van fundamentele rechten zoals lichamelijke integriteit, zelfbeschikking en persoonlijkheidsrechten.
Daarnaast acht het hof van belang dat de schade voor de moeder en de kinderen pas veel later aan het licht kon komen, dat zij geen andere compensatiemogelijkheden hebben en dat zij na ontdekking binnen redelijke tijd het ziekenhuis aansprakelijk hebben gesteld. Ook brengt het tijdsverloop voor het ziekenhuis geen onevenredig nadeel met zich mee, omdat het zich nog inhoudelijk kan verweren en het ontbreken van verzekering geen doorslaggevend bezwaar vormt.
Het hof verklaart daarom voor recht dat het ziekenhuis aansprakelijk is voor de materiële en immateriële schade van de moeder en de kinderen.
Deze uitspraak laat zien dat een ziekenhuis ook aansprakelijk kan zijn voor ernstig verwijtbaar handelen van een vrijgevestigd medisch specialist, wanneer bij de patiënt gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat het ziekenhuis mede contractspartij is.
Deze teaser is geschreven door Noor Wasmus
Om de uitspraak te lezen klik hier.