Heeft het notariskantoor het stappenplan op juiste wijze gevolgd?
In deze tuchtprocedure herhaalt het Hof de vaste rechtspraak dat bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid primair moet worden uitgegaan van de eigen waarneming van de notaris, aan wie in dat kader beoordelingsruimte toekomt. Pas bij ‘gerede twijfel’ aan de wilsbekwaamheid is verder onderzoek aangewezen (zie bijvoorbeeld Hof Amsterdam 26 november 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:4151 en Hof Amsterdam 23 februari 2016, ECLI: NL:GHAMS:2016:585). Het ‘Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening’ van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) uit 2021 dient als richtsnoer voor dit onderzoek (hierna: Stappenplan).
Klager (hierna: de zoon) verwijt het notatiskantoor dat het, ondanks de aanwezigheid van diverse indicatoren uit voornoemd Stappenplan, op basis van zeer beperkte informatie binnen een tijdsbestek van zeven dagen een levenstestament voor moeder heeft gepasseerd, terwijl zij op de hoogte waren van een belangenconflict tussen de kinderen. De zoon wijst in dit verband op het feit dat a) moeder op hoge leeftijd (93 jaar) is, b) niet meer zelfstandig woont, c) haar eigen administratie niet beheert, en d) gediagnosticeerd is met dementie waarbij e) het initiatief voor het opmaken van het levenstestament niet van haar kwam terwijl f) de dochters ook zelf bij de (voor)besprekingen aanwezig waren. Ook wijst de zoon erop dat drie gesprekken op verschillende dagen – in plaats van op één dag – een veel beter inzicht zou hebben gegeven in de wilsbekwaamheid van moeder. Het verweer van het notariskantoor op dit laatste punt is dat er volgens hen geen regel is die dit verplicht.
Volgens het Hof zijn de voornoemde factoren a t/m d onvoldoende om aan de wilsbekwaamheid van moeder te twijfelen. Verder hebben de notarissen verklaard dat zij in twee afzonderlijke gesprekken, buiten de aanwezigheid van derden, uitgebreid met moeder hebben gesproken over de inhoud van haar levenstestament en haar beweegredenen en dat zij helder en duidelijk was.
Wel is het Hof kritisch ten aanzien van het feit dat zowel alle gesprekken als het passeren van het testament op één dag hebben plaatsgevonden. Een spreiding was volgens het Hof een goede waarborg geweest, gezien de aanwezigheid van diverse indicatoren uit het Stappenplan in een context van gespannen familieverhoudingen en waarbij de voorbereidende gesprekken zijn gevoerd door een persoon die niet werkzaam was op het kantoor van de notarissen. Dat zij alles op dezelfde dag hebben gedaan, is volgens het Hof echter niet voldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt, nu de notarissen in voldoende mate aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van moeder de vereiste zorgvuldigheid in acht hebben genomen.
Deze teaser is geschreven door Lotte Warendorf
Om de uitspraak te lezen klik hier.