Wat mag in het kader van de stelplicht worden verwacht?
In deze zaak vordert een adviesgroep betaling van een bedrijf voor de door haar verrichte werkzaamheden. In de overeenkomst tussen partijen stond dat de Succes Fee van de adviesgroep wordt berekend over de additionele opbrengsten en kostenbesparingen. Het bedrijf schrijft vervolgens in een email aan de adviesgroep dat zij pas de Succes Fee verschuldigd zijn nadat zij de (juridische) zekerheid hebben dat de kortingen en besparen ontvangen zullen gaan worden. Volgens het bedrijf is de vordering nog niet opeisbaar omdat nog niet is voldaan aan de opschortende voorwaarde dat het bedrijf de (juridische) zekerheid heeft verkregen dat zij de kortingen en besparingen daadwerkelijk zal gaan ontvangen.
De rechtbank wijst de vorderingen af en het hof bekrachtigt het vonnis. Zowel de rechtbank als het hof kwamen tot het oordeel dat gesteld noch gebleken is dat de (juridische) zekerheid is verkregen dat het bedrijf de kortingen en besparingen daadwerkelijk zal gaan ontvangen. Volgens het hof lag het op de weg van de adviesgroep om aan te tonen welke kortingen of besparingen het bedrijf had ontvangen, althans voor welke kortingen of besparingen het bedrijf dankzij haar inspanningen voldoende zekerheid heeft verkregen. In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat het hof heeft miskend dat van de adviesgroep niet kan worden gevergd dat zij de stelling dat het bedrijf die zekerheid heeft verkrijgen onderbouwt voor zover de voor die onderbouwing benodigde gegevens zich bevinden in het domein van haar wederpartij en zij daar geen toegang toe heeft.
Het verwijzingshof heeft de adviesgroep opnieuw in het ongelijk gesteld. Volgens het hof heeft de adviesgroep in de eerste cassatieprocedure niet (met succes) het oordeel bestreden dat zij niet heeft gesteld dat het bedrijf de hiervoor bedoelde zekerheid heeft verkregen. Volgens het hof is het na verwijzing niet toegestaan om alsnog in de beoordeling te betrekken de stelling dat het bedrijf de bedoelde (juridische) zekerheid wel heeft verkregen. De adviesgroep gaat wederom in cassatie. De Hoge Raad oordeelt echter dat de adviesgroep over dit punt wel al eerder had geklaagd in cassatie en dat de Hoge Raad ook al eerder had geoordeeld dat deze klacht slaagt.
Deze uitspraak herhaalt maar weer eens de in de rechtspraak heersende leer dat van een partij niet kan worden verlangd om een stelling te onderbouwen indien de gegevens die voor die onderbouwing nodig zijn zich bij de wederpartij bevinden en zij daar geen toegang toe heeft. Indien een partij dus over gegevens beschikt die zich slechts in haar domein bevinden zal zij deze in het kader van haar betwisting aan de wederpartij moeten verschaffen.
Deze teaser is geschreven door: Jessica Stolk