Wat is de betekenis van het royement van een procedure? Is de klant op het verkeerde been gezet?
Het gaat in deze zaak om een vordering van een voormalig klant tegen een advocatenkantoor.
De klant was bestuurder van een assurantietussenpersoon die volmacht was geweest van een verzekeraar. De verzekeraar meende dat geinde premies onvoldoende waren afgedragen en begon een bodemprocedure tegen zowel de assurantietussenpersoon als de bestuurder in privé.
In 1999 heeft de verzekeraar royement gevraagd van deze bodemprocedure om vervolgens een arbitrageprocedure tegen (alleen) de assurantietussenpersoon te starten. De behandelend advocaat heeft in het kader van het royement een brief geschreven aan de klant met daarin de volgende passage:
“Inmiddels berichtte ik u mondeling dat AGF besloten heeft de tegen u ook in privé aanhangige procedure tot betaling van een schadevergoeding ad f. 5.800.000,-- in te trekken.”
De arbitrage heeft ertoe geleid dat in 2009 de vordering op de assurantietussenpersoon is toegewezen. Toen deze assurantietussenpersoon onvoldoende verhaal bood, richtte de verzekeraar alsnog (en met succes) haar pijlen op de bestuurder in privé.
De klant wendt zich vervolgens tot de advocaat omdat de advocaat hem in 1999 op het verkeerde been zou hebben gezet. Hij mocht ervan uit gaan, zo stelt hij, dat na het royement het definitief klaar zou zijn. Het enkel royeren van een procedure is daartoe echter onvoldoende. Daarvoor is meer nodig. Bijvoorbeeld een overeenkomst waarbij de verzekeraar afstand had gedaan van haar vorderingsrecht op de bestuurder in privé.
In deze procedure komen vervolgens allerlei interessante vragen voorbij. Heeft de advocaat de klant destijds op het verkeerde been gezet? Of wist de klant dondersgoed hoe de vork in de steel zat (en dus dat de verzekeraar de bestuurder nog steeds in het vizier had maar eerst de arbitrageprocedure wilde voeren)? Was de verzekeraar destijds bereid geweest om al haar rechten op de bestuurder prijs te geven? Was er überhaupt schade? De klant stelde dat hij zijn vermogen niet tijdig heeft kunnen veiligstellen, maar het Hof stelt expliciet de vraag of dit wel een belang is waartegen het recht beschermt.
Uiteindelijk wijst het Hof alle vorderingen (mede op ontbreken van causaal verband én verjaring) af.
PS Het advocatenkantoor werd in deze kwestie bijgestaan door ons kantoor
Deze teaser is geschreven door Tim Nelissen
Om de uitspraak te lezen klik hier.