Mag een verzekeraar een belangenbehartiger weigeren vanwege vermeende voortzetting van een ‘besmet’ kantoor?
Een verzekeraar weigert samen te werken met een nieuw letselschadebureau, omdat zij dit bureau beschouwt als een (feitelijke) voortzetting van een eerder wegens integriteitskwesties geweigerd kantoor. Volgens het Hof Den Haag kan dat niet zonder concrete en actuele aanwijzingen van onbetrouwbaarheid of ondeskundigheid.
In deze zaak werkte een aantal medewerkers van het nieuwe kantoor eerder bij een bureau dat in opspraak was geraakt wegens frauduleuze praktijken en EVR-registraties. Volgens de verzekeraar was daarom sprake van een feitelijke voortzetting.
Hoewel de voorzieningenrechter de verzekeraar aanvankelijk in het gelijk stelde, oordeelt het hof anders. Dat medewerkers eerder bij het oude kantoor werkten, is onvoldoende om het nieuwe bureau als dezelfde onderneming aan te merken. Doorslaggevend is dat niet is gebleken dat deze medewerkers zelf bij de misstanden betrokken waren en dat de bepalende persoon achter die misstanden geen deel uitmaakt van het nieuwe bureau.
Daarnaast acht het hof van belang dat het nieuwe bureau zijn werkwijze aantoonbaar anders heeft ingericht, onder meer door inrichting conform NKL, externe audits en aanpassingen in tarieven en dossierbehandeling.
Het hof formuleert daarbij een helder toetsingskader: een verzekeraar mag een belangenbehartiger alleen weigeren als daarvoor gegronde redenen bestaan, bijvoorbeeld bij concrete aanwijzingen van onbetrouwbaarheid, onvoldoende deskundigheid of excessieve kosten. Algemene vermoedens, reputatieschade uit het verleden of het ontbreken van keurmerken zoals NIVRE of NKL zijn daarvoor onvoldoende.
Praktijkwenk
Verzekeraars die samenwerking met een belangenbehartiger willen weigeren, moeten dat concreet en zorgvuldig onderbouwen. Algemene verwijzingen naar het verleden of reputatieschade volstaan niet.
Voor belangenbehartigers laat deze uitspraak zien hoe belangrijk het is om actief te investeren in aantoonbare kwaliteit en transparantie. Dat kan doorslaggevend zijn wanneer de samenwerking ter discussie staat.
Deze teaser is geschreven door Noor Wasmus
Om de uitspraak te lezen klik hier