Overlijdensschade gedekt onder Werk- en Landbouwmaterieelverzekering?
Deze zaak gaat over de vraag of de aansprakelijkheid van een handels- en transportbedrijf (ook) gedekt is onder een Werk- en Landbouwmaterieelverzekering (WLM).
Het verzekerde bedrijf had strobalen geleverd aan een aardbeienkwekerij. Bij het uitladen viel één van de strobalen op de exploitant van die kwekerij, die daardoor ter plekke is overleden.
De WLM-verzekeraar heeft de schade aan de erven vergoed en het schaderegelingstraject bekostigd. De WLM-verzekeraar wil de door haar betaalde schadevergoeding en kosten van het schaderegelingstraject in deze procedure verhalen op de AVB-verzekeraar van het bedrijf.
De daartoe strekkende vorderingen heeft de WLM-verzekeraar gebaseerd op artikel 7:961 BW (meervoudige verzekering of samenloop). Volgens de WLM-verzekeraar heeft de door haar uitgekeerde schade namelijk een onverplicht karakter (in de zin van lid 2) en is de schade uitsluitend gedekt onder de AVB-verzekering.
In deze procedure moet het hof dus beoordelen of er (ook) dekking is onder de WLM-verzekering. Een aspect van die beoordeling is de uitleg van de causaliteitstermen “veroorzaakt met of door het object”, afkomstig uit een van de relevante dekkingsbepalingen.
Aan de hand van de algemene uitlegmaatstaf voor verzekeringsovereenkomsten (HR 16 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2793) en de overweging dat een WLM-verzekering ertoe strekt de aansprakelijkheid te dekken die kan voortvloeien uit het gebruik van werk- en landbouwmaterieel (HR 16 februari 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC1994), legt het hof die termen zo uit dat het moet gaan om een verwezenlijking van het risico dat eigen is aan het gebruik van het object.
De door de AVB-verzekeraar voorgestane uitleg – dat een csqn-verband tussen het ongeval en het gebruik van het verzekerde object voldoende is – is volgens het hof te ruim.
Het hof oordeelt dat het risico dat zich in deze zaak heeft gemanifesteerd niet een risico is dat eigen is aan het gebruik van één van de verzekerde objecten, maar verband hield met de werkzaamheden rondom het uitladen van de strobalen.
De conclusie van het hof is dan ook dat de aansprakelijkheid van het bedrijf niet gedekt is op grond van deze dekkingsbepaling. Omdat er ook geen andere bepaling is op grond waarvan dekking bestaat onder de WLM-verzekering, oordeelt het hof dat de WLM-verzekeraar de schade onverplicht heeft uitgekeerd.
De verhaalsvorderingen van de WLM-verzekeraar worden toegewezen.
Deze teaser is geschreven door Tim Nelissen
Om de uitspraak te lezen klik hier.