Vallende strobalen & De reikwijdte van de werkmaterieelpolis 4. Ondertitel (vraag) : Is er sprake van schade veroorzaakt met of door een verzekerd object?
Een agrarisch bedrijf levert strobalen aan een aardbeienkweker. De kweker koppelt op enig moment de aanhanger met strobalen aan zijn eigen tractor, verplaatst deze en maakt de spanbanden die om de strobalen zitten los. Tijdens het uitladen valt vervolgens de achterste rij strobalen van de aanhangwagen. Een strobaal valt hierbij op de kweker, die hierdoor overlijdt.
Het agrarische bedrijf is aansprakelijk voor de overlijdensschade. Het bedrijf heeft een Werk- en Landbouwmaterieelverzekering (de WLM-polis) en een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (de AVB-polis) bij twee verschillende verzekeraars. In deze procedure staat de vraag centraal of er (ook) dekking bestaat onder de WLM-verzekering.
Het hof overweegt dat een WLM-verzekering ertoe strekt de aansprakelijkheid te dekken die kan voortvloeien uit het gebruik van het werk- en landbouwmaterieel zoals omschreven in de polis (in dit geval een shovel, een tractor en een strolegmachine). Het gaat daarbij om specifieke risico’s die verbonden zijn aan dat gebruik. Tegen deze achtergrond beoordeelt het hof de dekking aan de hand van twee artikelen uit de WLM-polisvoorwaarden.
Het eerste artikel bepaalt dat de verzekering aansprakelijkheid dekt voor schade aan personen en zaken “veroorzaakt door het object.” Het hof oordeelt dat deze causaliteitsterm zo moet worden uitgelegd dat het moet gaan om verwezenlijking van het risico dat eigen is aan het gebruik van het object. De uitleg dat een condicio sine qua non-verband tussen het ongeval en het gebruik van het verzekerde object voldoende is, zou te ruim zijn en gaat voorbij aan de strekking van de WLM-polis. Het risico dat zich in deze casus heeft gemanifesteerd is verbonden aan de werkzaamheden rondom het uitladen, niet een risico dat eigen is aan het gebruik van een verzekerd object.
Het tweede artikel bepaalt dat aansprakelijkheid is gedekt voor schade veroorzaakt met of door zaken die vallen van een aanhangwagen die (1) gekoppeld is aan een verzekerd object of, (2) na daarvan te zijn losgemaakt of losgeraakt, nog niet buiten het verkeer tot stilstand zijn gekomen. Het hof overweegt dat deze dekking zich niet uitstrekt tot de aanhangwagen die gekoppeld is geweest aan het verzekerd object (de tractor van het agrarische bedrijf), maar inmiddels is gekoppeld aan een ander object (de tractor van de kweker), een niet-losse aanhangwagen dus. Deze uitleg zou altijd een dubbele dekking tot gevolg hebben in situaties als deze, namelijk zowel onder de verzekering van de oorspronkelijk gekoppelde tractor, als onder de verzekering van de opvolgende tractor. Het hof acht een dergelijk rechtsgevolg niet aannemelijk. Daarbij overweegt het hof dat over het algemeen wordt beoogd de dekking van WLM-polissen en AVB-polissen zoveel mogelijk bij elkaar aan te laten sluiten, zodat er zo min mogelijk overlappingen zijn.
Het hof komt tot de conclusie dat de WLM-polis geen dekking biedt. De aard en de strekking van de WLM-verzekering, waarbij een verzekeraar enkel in de polis opgenomen materiële en specifieke risico’s verbonden aan het gebruik daarvan wil dekken, voorkomt een te ruime uitleg van de polisvoorwaarden.
Deze teaser is geschreven door Sanne van der Plas
Om de uitspraak te lezen klik hier