Hoe ver mag een belangenbehartiger gaan met succesfees en kostenafspraken?
Deze zaak draait om een belangenbehartiger in letselschadezaken die volgens de rechtbank structureel misleidend heeft gehandeld. Hij creëerde feitelijk twee werkelijkheden: één richting zijn cliënt en één richting de verzekeraar.
De belangenbehartiger stond een slachtoffer bij na een verkeersongeval waarvoor de verzekeraar aansprakelijkheid had erkend. De zaak kwam aan het rollen toen de cliënt zelf bij de verzekeraar klaagde over de werkwijze van zijn belangenbehartiger.
Uit onderzoek door de verzekeraar bleek dat de belangenbehartiger twee versies van de overeenkomst van opdracht hanteerde: één met een succesfee van 25% voor de cliënt en één zonder dat beding voor de verzekeraar. Ook werd communicatie over kosten bewust gescheiden gehouden. De cliënt wist niet dat de verzekeraar buitengerechtelijke kosten vergoedde, terwijl de verzekeraar niet wist dat daarnaast een succesfee van 25% werd gerekend. De cliënt werd bovendien bewust buiten de e-mailwisseling tussen de verzekeraar en de belangenbehartiger gehouden. Daarnaast hanteerde de belangenbehartiger een uurtarief dat kon oplopen tot circa EUR 500,- per uur inclusief btw en rekende hij datzelfde tarief ook voor administratieve werkzaamheden, zoals kopiëren. De rechtbank oordeelt dat deze werkwijze misleidend en onaanvaardbaar is.
De rechtbank wijst alle vorderingen af. De verzekeraar mocht de belangenbehartiger weigeren en registreren in de frauderegisters. Doorslaggevend is dat de belangenbehartiger volgens de rechtbank niet betrouwbaar is en dat zijn werkwijze het schaderegelingsproces kan verstoren of vertragen. Ook zonder strafbaar feit kunnen dergelijke onoorbare gedragingen registratie in het externe frauderegister rechtvaardigen, mits die voldoende vaststaan (r.o. 4.34).
Deze uitspraak onderstreept de poortwachtersfunctie van verzekeraars. Letselschadeslachtoffers weten vaak niet goed hoe een letselschadetraject verloopt. Zij zijn afhankelijk van een integere belangenbehartiger. Juist wanneer bij een verzekeraar duidelijk wordt dat daarvan geen sprake is, hebben zij de maatregelen in de hand om in te grijpen. Het aanpakken van dit soort kwalijke praktijken is niet alleen in het belang van het individuele slachtoffer, maar ook van het vertrouwen in de letselschademarkt als geheel.
Deze teaser is geschreven door Rosanne Snoek
Om de uitspraak te lezen klik hier.