Wat zijn de grenzen van onafhankelijkheid en objectiviteit bij de behandeling van letselschadedossiers? De Tuchtcommissie geeft richting.
Deze uitspraak heeft betrekking op een NIVRE-expert die (i) een door een verzekeraar uitgesloten derde onder zijn naam had laten opereren en (ii) de overeenstemming over de persoonlijke schade afhankelijk maakt van de vergoeding van de bgk. De Tuchtcommissie van het NIVRE oordeelt dat dit de grenzen van professioneel en integer handelen ruimschoots overschrijdt en legt een berisping op.
De klacht bij het NIVRE was ingediend door een verzekeraar die erachter kwam dat de brieven en stukken die zij in een zaak uit naam van de belangenbehartiger ontving, in feite opgesteld waren door een oud-werknemer van een andere letselschadeorganisatie. Deze organisatie was door de betrokken verzekeraar in het EVR frauderegister geregistreerd en de verzekeraar had de samenwerking met deze organisatie werd beëindigd.
De Tuchtcommissie stelt vast dat een derde, die door de verzekeraar expliciet was geweerd, onder de naam van de NIVRE-expert met de verzekeraar heeft kunnen communiceren en - zonder dat dit naar buiten kenbaar was - werkzaamheden in het dossier heeft verricht. Het verweer dat de betrokken expert niet wist van de achtergrond van deze derde en er ook niet van op de hoogte was dat de derde uit zijn naam naar buiten trad, pleit hem niet vrij. Het is zorgelijk dat er onvoldoende navraag is gedaan naar de achtergrond van deze derde toen de expert hem tot zijn kantoor toeliet. Dat het handelen van deze derde ongezien kon plaatsvinden, wijst op een gebrekkige interne controle en wordt door de commissie aangemerkt als een schending van artikel 4 van de Gedragsregels van het NIVRE, waarin de verplichting tot het voeren van een betrouwbare gegevensadministratie en het inrichten van voldoende toezicht is neergelegd. Ook het uitblijven van verdere actie tegen de derde acht de commissie in strijd met artikel 8, dat de collegiale verantwoordelijkheid van NIVRE-geregistreerden waarborgt.
Daarnaast bleek uit correspondentie dat de expert zijn medewerking aan het bespreken of sluiten van regelingen afhankelijk maakte van voorafgaande betaling van buitengerechtelijke kosten. Uit emailberichten volgt dat hij pas bereid was tot verdere afhandeling over te gaan nadat zijn nota was voldaan. Hiermee liet hij zijn eigen belang meewegen op een wijze die niet strookt met de in artikel 5 verankerde verplichting van een NIVRE-geregistreerde om zich objectief en uitsluitend te laten leiden door de belangen van de betrokken partijen en niet door enig eigen belang.
De commissie legt als sanctie een berisping op en een deels voorwaardelijke boete van €5.000.
Zowel voor bgk-discussies, als wat betreft het belang van fraudebestrijding, vormt dit voor de praktijk een mooi precedent. Duidelijk is dat het bereiken van een overeenstemming over de (persoonlijke) schade niet afhankelijk gemaakt mag worden van het eigen belang bij vergoeding van de bgk. Verder blijkt het belang van een goede interne organisatie en controle. Tot slot maakt de Tuchtcommissie duidelijk dat van NIVRE-experts verwacht wordt dat zij, gezien hun collegiale verantwoordelijkheid, actie nemen als zij bekend worden met fraude door een derde.
Deze samenvatting is geschreven door Eunice Blokland.
Henriette Verdam was in deze zaak betrokken als advocaat van de verzekeraar