Wanneer zijn bestuurders aansprakelijk onder de hoge drempel van de Beklamel-norm?
In dit vonnis van 25 maart 2026 staat de vraag centraal wanneer bestuurders persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gehouden op grond van de Beklamel-norm.
Een rederij had bij een leverancier scrubbers besteld voor haar schepen. Omdat de scrubbersystemen volgens de rederij niet naar behoren functioneerden, startte zij een arbitrageprocedure tegen de leverancier. In die procedure werd geoordeeld dat de scrubbers non-conform waren, waarna de leverancier failleerde. De rederij richt zich vervolgens in deze zaak tot de (indirecte) bestuurders en een feitelijk beleidsbepaler, met het verwijt dat zij bij contractsluiting hebben verzuimd de schade voldoende te verzekeren en dat zij niet-geteste producten hebben verkocht.
De rechtbank wijst de vorderingen af en benadrukt de hoge drempel van Beklamel-aansprakelijkheid. Doorslaggevend is of bestuurders bij het aangaan van de overeenkomst wisten of redelijkerwijs behoorden te begrijpen dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen voldoen én geen verhaal zou bieden.
Dat criterium wordt niet gehaald. Het verwijt over de verzekeringsdekking ziet op een geschil over de uitleg van de verzekeringsgarantie, bezien in het licht van de onderhandelingsgeschiedenis, en niet op het aangaan van een verplichting waarvan de bestuurders wisten of behoorden te begrijpen dat deze niet zou kunnen worden nagekomen.
Ook het verwijt dat de scrubbers onvoldoende waren getest leidt niet tot aansprakelijkheid. Niet is gebleken dat bestuurders bij contractsluiting wisten of redelijkerwijs behoorden te begrijpen dat de joint venture door het leveren van niet-geteste scrubbers haar verplichtingen niet kon nakomen en geen verhaal zou bieden. Daarbij is van belang dat de gestelde schade veroorzaakt doordat de scrubbers niet functioneerden en niet door het ontbreken van testen als zodanig.
Deze uitspraak onderstreept dat een succesvolle arbitrageprocedure tegen de vennootschap zich niet zonder meer vertaalt naar bestuurdersaansprakelijkheid. De toets van bestuurdersaansprakelijkheid is een heel andere dan de toets van aansprakelijkheid van de vennootschap zelf. Bestuurdersaansprakelijkheid wordt slechts in uitzonderlijke gevallen aangenomen en de onderbouwing daarvan vereist (in ieder geval) concrete aanwijzingen dat de bestuurders bij contractsluiting al op de hoogte waren dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden.
Deze teaser is geschreven door Eunice Blokland
Om de uitspraak te lezen klik hier.