In hoeverre treedt de zorgverzekeraar in de rechten van het slachtoffer?
In deze zaak gaat het om de regrespositie van een zorgverzekeraar van een fietser die ernstig letsel opliep bij een aanrijding met een bestelauto. Vaststaat dat de fietser een causale bijdrage van 75% aan het ongeval heeft. Met oog op de 50%-regel van art. 185 WVW en de aanvullende billijkheidscorrectie komen de fietser en de aansprakelijkheidsverzekeraar echter overeen dat de aansprakelijkheidsverzekeraar 75% van de schade zal vergoeden.
De zorgverzekeraar heeft de schade van de fietser bestaande uit medische kosten vergoed en is daardoor gesubrogeerd in de rechten van de fietser. De zorgverzekeraar stelt zich op het standpunt dat ook zij aanspraak kan maken op 75% van de door haar aan de fietser vergoede kosten. De rechtbank oordeelt echter dat de bestuurder van de bestelbus voor 50% aansprakelijk is voor de door de zorgverzekeraar geleden schade. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Daartegen wordt cassatie ingesteld. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep echter en laat het oordeel van het hof in stand.
De Hoge Raad benadrukt dat de 50%-regel van artikel 185 WVW niet geldt voor (regres)vorderingen van verzekeraars. Een beroep op eigen schuld van de fietser of voetganger moet bij dergelijke vorderingen dan ook worden getoetst aan art. 6:101 lid 1 BW. Of er vervolgens aanleiding bestaat voor een ‘gewone’ billijkheidscorrectie, moet worden gekeken naar dezelfde omstandigheden die worden meegewogen in de verhouding tussen de aansprakelijke persoon en het slachtoffer zelf. Aangezien de positie van een kwetsbare verkeersdeelnemer wezenlijk anders is dan die van een professionele regresnemer, zal ook wat betreft de ‘gewone’ billijkheidscorrectie voor de verzekeraar een eigen afweging moeten worden gemaakt. In de praktijk zal dit slechts tot een beperkte bijstelling van het resultaat van de causaliteitsafweging kunnen leiden. Een door de aansprakelijkheidsverzekeraar met het slachtoffer gesloten vaststellingsovereenkomst verandert dat niet.
In deze uitspraak verduidelijk de Hoge Raad dat de verzekeraar ook wat betreft de uitkomst van de ‘gewone’ billijkheidscorrectie niet wordt gesubrogeerd in de rechten van het slachtoffer. Voor verzekeraars geldt een eigen beoordeelding, waarbij slechts een beperkte bijstelling van het causale aandeel op grond van de billijkheidscorrectie mogelijk is.
Deze teaser is geschreven door Jessica Stolk
Om de uitspraak te lezen klik hier