Kan een wielrenster aansprakelijk worden gehouden voor een valpartij die ontstaat door een misverstand tijdens een gezamenlijke fietstocht?
In deze zaak staat de vraag centraal of een wielrenster aansprakelijk is voor de schade van een mede-deelnemer die tijdens een gezamenlijke fietstocht ernstig letsel opliep. Daarbij speelt met name de vraag of het ongeval moet worden beoordeeld als een gewone verkeerssituatie of als een sport- en spelsituatie, waarvoor een hogere aansprakelijkheidsdrempel geldt.
De betrokken fietsers maakten deel uit van een vriendinnengroep die wekelijks samen fietste. Zij reden op racefietsen, droegen wielerkleding en een helm en fietsten in groepsverband met een gemiddelde snelheid van ongeveer 25 tot 27 kilometer per uur. Tijdens een van de tochten naderde de groep een T-splitsing. Terwijl vrijwel alle fietsers zich naar de linkerzijde van de weg begaven om een vrijliggend fietspad op te rijden, bleef de vooroprijdende wielrenster rechts rijden. Toen een achter haar rijdende fietsster het commando “hier links” riep, begreep zij dat als een aanwijzing om linksaf een zijstraat in te slaan. Een achteropkomende fietser kon haar vervolgens niet meer ontwijken, botste tegen haar achterwiel en kwam ten val. Daarbij liep zij ernstig letsel op, waaronder een gebroken bekken.
De gewonde wielrenster stelde haar mede-fietsster aansprakelijk. Volgens haar had de vooroprijdende wielrenster onverwacht, zonder voldoende waarschuwing en dus onrechtmatig een stuurbeweging naar links gemaakt. De deelgeschilrechter wees het verzoek echter af. Volgens de rechtbank was sprake van een sport- en spelsituatie, waardoor niet iedere fout of onvoorzichtige gedraging zonder meer tot aansprakelijkheid leidt. Tegen die beslissing ging de wielrenster in hoger beroep.
In hoger beroep voerde zij onder meer aan dat de fietstocht geen sport- en spelsituatie was. Volgens haar had de tocht een recreatief karakter, werd geen uitzonderlijk hoge snelheid gereden en ontbrak een competitief element.
Het hof volgt dat standpunt niet. Volgens het hof blijkt uit de omstandigheden juist dat de tocht een sportief karakter had. De deelnemers reden op racefietsen, droegen wielerkleding en helmen, fietsten dicht op elkaar, wisselden regelmatig van koppositie en maakten gebruik van onderlinge commando’s en afspraken over hun rijgedrag. Dat geen sprake was van een wedstrijd of wedstrijdelement doet daar volgens het hof niet aan af.
Vervolgens beoordeelt het hof het handelen van de aangesproken wielrenster, in het licht van de aangenomen sport- en spelsituatie en de daarmee samenhangende hogere aansprakelijkheidsdrempel. Daarbij acht het hof van belang dat zij het commando “hier links” mocht opvatten als een aanwijzing om linksaf te slaan. Dat de overige deelnemers dit commando anders hebben begrepen en een andere route volgden, maakt haar handelen niet onrechtmatig. Daarbij weegt mee dat de aangesproken fietser vooropreed, de route niet kende en niet kon zien hoe de overige fietsers zich achter haar positioneerden.
Volgens het hof was fo het ongeval uiteindelijk het gevolg van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Van een toerekenbare fout aan de zijde van de aangesproken wielrenster was geen sprake, ook al waren de gevolgen voor de andere fietsster zeer ingrijpend.
Deze uitspraak onderstreept dat ook een recreatieve fietstocht kan kwalificeren als een sport- en spelsituatie. Een rechter zal toetsen aan de omstandigheden van het geval of een concreet geval kwalificeert als een sport- en spelsituatie. Uit deze uitspraak blijkt dat voor het aannemen van een sport- en spelsituatie niet vereist is dat sprake is van een wedstrijd of ander competitief element. Dat een activiteit wordt verricht in georganiseerd groepsverband en een duidelijk sportief karakter heeft, kan daarvoor al voldoende zijn.
Deze teaser is geschreven door Isa de Ridder
Om de uitspraak te lezen klik hier.