Kan een Belgische werkgever aansprakelijk worden gesteld onder Nederlands recht?
In deze zaak draait het om een Belgische werknemer die tijdens zijn werkzaamheden in Nederland schade heeft geleden. De werknemer, industrieel reiniger, ademde de giftige stof röstgut in en vorderde daarop een uitkering uit de verplichte arbeidsongevallenverzekering van zijn Belgische werkgever (hierna: ‘de werkgever’). Daarnaast vordert hij aanvullende schadevergoeding.
Tussen partijen is een discussie ontstaan welk recht van toepassing is op deze vordering. De arbeidsovereenkomst bevat geen rechtskeuze. Volgens de Belgische werkgever wordt de rechtsverhouding tussen haar en de werknemer beheerst door Belgisch recht. Het belang voor de werkgever is erin gelegen dat zij naar Belgisch recht immuniteit van aansprakelijkheid geniet. De schade wordt daar gedekt door een verplicht af te sluiten arbeidsongevallenverzekering. Nederlands recht daarentegen legt op basis van artikel 7:658 BW een zorgplicht op werkgevers, waardoor aansprakelijkheid kan ontstaan. De werkgever vordert daarom een verklaring voor recht dat artikel 7:658 BW niet van toepassing is.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse Wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid (Waga (oud)) van toepassing is, nu de werknemer in 2008 – 2009 tijdelijk werkzaamheden in Nederland heeft verricht. De Waga is een omzetting van de Detacheringsrichtlijn. Artikel 1 Waga (oud) bepaalt onder meer dat artikel 7:658 BW van toepassing is op werknemers die tijdelijk in Nederland arbeid verrichten en wier arbeidsovereenkomst wordt beheerst door ander recht dan het Nederlandse recht.
Volgens de werkgever is de Detacheringsrichtlijn onjuist omgezet door een bepaling die de aansprakelijkheid van de werkgever regelt tot de ‘hardekernbepalingen’ te rekenen. Het hof volgt deze redenering niet. De Detacheringsrichtlijn stelt minimale beschermingsnormen vast, en Nederland mag zelf bepalen welke nationale regels daartoe behoren. Artikel 7:658 BW valt hier volgens het hof terecht onder, omdat het de gezondheid en veiligheid van werknemers beschermt. Het hof oordeelt dan ook dat het systeem van de richtlijn en wet met zich meebrengt dat artikel 7:658 BW op de rechtsverhouding tussen de werkgever en de werknemer van toepassing is. Dit betekent dat de Belgische immuniteitsregeling moet wijken voor de Nederlandse werkgeversaansprakelijkheid.
De werkgever betoogt daarnaast dat artikel 7:658 BW buiten toepassing moet blijven omdat het Belgische recht gunstiger zou zijn voor de werknemer. Het hof verwerpt dit argument. Hoewel de Belgische regeling eenvoudiger toegang biedt tot schadevergoeding, is de Nederlandse regeling breder: de volledige schade wordt vergoed en een werknemer hoeft niet meerdere procedures te voeren om volledige compensatie te krijgen.
Verder wijst het hof het argument van de Belgische werkgever af dat de toepassing van Nederlands recht in strijd zou zijn met de Europese vrijheid van dienstverlening. De werkgever slaagt er niet in om aan te tonen dat Belgische werkgevers hierdoor in een nadeligere positie komen dan Nederlandse of andere Europese werkgevers. Het hof nodigt partijen uit om te reageren op deze voorlopige oordelen, waarna een definitieve beslissing zal volgen.
Dit arrest onderstreept de impact van de Detacheringsrichtlijn op grensoverschrijdende arbeid en bevestigt dat werkgevers die tijdelijk personeel in Nederland inzetten, te maken kunnen krijgen met Nederlandse aansprakelijkheidsregels.
Klik hier voor de uitspraak.