Verzwijging harddrugsgebruik leidt niet tot ontbreken dekking onder AOV
De rechtbank Oost-Brabant heeft recent geoordeeld over de vraag of een verzekeraar dekking mocht weigeren en een arbeidsongeschiktheidsverzekering mocht beëindigen, omdat de verzekerde bij het aangaan van de verzekering had verzwegen dat hij in het verleden harddrugs had gebruikt.
De verzekerde, een zzp’er, had in februari 2020 op het aanvraagformulier “nee” geantwoord op de vraag of hij drugs gebruikte of ooit had gebruikt. Nadat hij in 2022 kampte met langdurige gezondheidsklachten en een herseninfarct, meldde hij zich arbeidsongeschikt. Uit medische stukken bleek toen dat hij vroeger cocaïne had gebruikt. De verzekerde erkende dat dit niet was vermeld, maar stelde dat hij al jaren gestopt was en op advies van zijn tussenpersoon had begrepen dat oud, incidenteel gebruik niet hoefde te worden gemeld.
Op grond van artikel 7:928 lid 1 BW is een verzekeringnemer verplicht vóór het sluiten van de overeenkomst aan de verzekeraar alle feiten mede te delen die hij kent of behoort te kennen, en waarvan, naar hij weet of behoort te begrijpen, de beslissing van de verzekeraar of, en zo ja, op welke voorwaarden, hij de verzekering zal willen sluiten, afhangt of kan afhangen.
Als de verzekeringnemer deze “mededelingsplicht” niet-nakomt, kan de verzekeraar de verzekering opzeggen en een uitkering weigeren als:
- de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken geen verzekering zou hebben afgesloten (artikelen 7:929 lid 2 en 7:930 lid 4 BW);
- de verzekeringnemer heeft gehandeld met het opzet de verzekeraar te misleiden (artikelen 7:929 lid 2 en 7:930 lid 5 BW).
De rechtbank oordeelde dat de verzekerde niet het opzet had de verzekeraar te misleiden. Wel had hij moeten begrijpen dat informatie over (vroeger) drugsgebruik relevant kon zijn voor de verzekeraar bij de beoordeling van zijn aanvraag. Toch achtte de rechtbank het aannemelijk dat hij zijn eerdere drugsgebruik niet heeft gemeld omdat zijn tussenpersoon hem had geadviseerd dat hij de vraag naar drugsgebruik met “nee” mocht beantwoorden, aangezien het gebruik al jaren geleden had plaatsgevonden.
Daarnaast heeft de verzekeraar volgens de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de verzekering zou zijn geweigerd indien het eerdere drugsgebruik bekend was geweest. Hoewel het in het algemeen aannemelijk is dat een redelijk handelend verzekeraar aan harddrugsgebruik consequenties verbindt vanwege de daaraan verbonden medische en morele risico’s, heeft de verzekeraar niet toegelicht welke vorm van drugsgebruik (recent of langdurig, incidenteel of frequent, met of zonder verslavingsproblematiek) doorgaans tot welke consequentie leidt, zoals weigering, bijzondere voorwaarden of premieverhoging.
Ook het beroep van de verzekeraar op de uitsluiting in de polisvoorwaarden – inhoudende dat geen recht op uitkering bestaat indien de arbeidsongeschiktheid is ontstaan tijdens of (mede) het gevolg is van drugsgebruik – slaagde niet. De rechtbank overwoog dat niet is gebleken dat de verzekerde ten tijde van het herseninfarct onder invloed van drugs verkeerde. Bovendien waren er andere relevante risicofactoren, waaronder erfelijke belasting.
De uitspraak onderstreept het belang voor verzekeraars om concreet te onderbouwen wat hun acceptatiebeleid is als het aankomt op bepaalde risicofactoren.
Deze teaser is geschreven door Rosalinde Montulet
Om de uitspraak te lezen klik hier