Onder welke omstandigheden moet een assurantietussenpersoon doorvragen?
In een particuliere woning is brand uitgebroken. Door die brand is de inboedel van de bewoners verloren gegaan. Voor die schade bleek geen dekking te bestaan onder hun inboedelverzekering.
In deze procedure vorderen de bewoners schadevergoeding van hun assurantietussenpersoon. Volgens hen is de assurantietussenpersoon toerekenbaar tekort geschoten door het niet goed verwerken van de door hen doorgegeven verhuizingen, wat tot gevolg heeft gehad dat de inboedelverzekering de door de brand geleden schade niet dekte.
Net als de rechtbank is het hof van oordeel dat de assurantietussenpersoon zich niet heeft gedragen zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot mag worden verwacht.
Het oordeel van het hof is onder meer gebaseerd op een telefoongesprek tussen een van de geïntimeerden en een werknemer van de assurantietussenpersoon. In dat gesprek worden tegenstrijdige antwoorden gegeven op de vraag of er al een inboedelverzekering was afgesloten voor het nieuwe adres. Een andere relevante omstandigheid is dat een latere e-mail informatie bevat die evenmin met de eerdere verklaringen valt te rijmen. Volgens het hof had de assurantietussenpersoon naar aanleiding van die inconsistenties moeten doorvragen. Door dat niet te doen, heeft de assurantietussenpersoon zijn zorgplicht geschonden.
Volgens vaste rechtspraak (Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0122) is het de taak van de assurantietussenpersoon te waken voor de belangen van de verzekeringnemer bij de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen.
Onderdeel van die taak is dat de assurantietussenpersoon zal moeten doorvragen als er aanleiding bestaat om te veronderstellen dat de door een verzekeringnemer verstrekte informatie niet volledig of juist is. De uitspraak van het hof laat dat goed zien.
Deze teaser is geschreven door Tim Nelissen
Om de uitspraak te lezen klik hier.