Geldt de mededelingsplicht ook als de verzekerde som van een lopende verzekering wordt verhoogd?
Eiser was bestuurder van een bedrijf dat zich bezighield met het oprichten en inrichten van ziekenhuizen in ontwikkelingslanden. In 2008 heeft het bedrijf een Commissarissen- en Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering afgesloten, met een verzekerde som van EUR 2,5 miljoen.
In 2013 is de verzekerde som verhoogd naar EUR 10 miljoen. Als voorwaarde voor de verhoging had de verzekeraar gevraagd om een getekende no-claim verklaring. Eiser verklaarde daarmee namens het bedrijf niet bekend te zijn met aanspraken tegen haar bestuurders en commissarissen, en evenmin met omstandigheden die aanleiding zouden kunnen geven tot dergelijke aanspraken.
Achteraf bleek dat eiser vóór het ondertekenen van die verklaring onder meer in zijn hoedanigheid van bestuurder van het bedrijf was gedagvaard, en dat eiser wist dat hij als verdachte werd aangemerkt in een strafrechtelijk onderzoek rondom het bedrijf.
Toen eiser de bestuurdersaansprakelijkheidsaanspraak meldde onder de verzekering, liet de verzekeraar met een beroep op schending van de mededelingsplicht weten dat er slechts dekking was tot een bedrag van EUR 2,5 miljoen. Bij kennis met de ware stand van zaken, zou verzekeraar de verzekerde som niet hebben verhoogd.
In deze zaak vordert eiser een verklaring voor recht dat er dekking bestaat voor EUR 10 miljoen. De rechtbank gaat daar niet in mee.
Eerst overweegt de rechtbank dat de situatie waar het in deze zaak om gaat – een substantiële verhoging van de verzekerde som na het ondertekenen van een no-claim verklaring – op één lijn moet worden gesteld met de situatie dat er een nieuwe verzekeringsovereenkomst wordt aangegaan (vgl. in dezelfde zin ECLI:NL:GHAMS:2011:4756).
Dat maakt volgens de rechtbank dat de mededelingsplicht vóór het aangaan van de verzekeringsovereenkomst naar analogie kan worden toegepast op deze zaak.
Vervolgens concludeert de rechtbank dat het bedrijf (via eiser) haar mededelingsplicht heeft geschonden en dat het bedrijf had moeten begrijpen dat de omstandigheden rondom de bestuurdersaansprakelijkheidsaanspraak en het strafrechtelijke onderzoek voor de verzekeraar relevant waren voor de beslissing om de verzekerde som al dan niet te verhogen.
De rechtbank gaat er tot slot in mee dat (ook) een redelijk handelend verzekeraar onder deze omstandigheden niet akkoord zou zijn gegaan met de gevraagde verhoging. De verzekeraar heeft dus terecht betoogd dat zij bij kennis met de ware stand van zaken de verzekerde som niet zou hebben verhoogd.
Dezer teaser is geschreven door Tim Nelissen
Om de uitspraak te lezen klik hier.