Hoe wordt het verlies van verdienvermogen vastgesteld?
In augustus 2020 heeft appellant geïntimeerde in haar woning door haar hoofd geschoten. In de procedure bij de rechtbank vordert geïntimeerde dat de rechtbank verklaart dat appellant aansprakelijk is voor de door geïntimeerde geleden en nog te lijden schade. De rechtbank veroordeelt de man voor het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel en verplicht hem om een schadevergoeding van €668.350,11 te betalen, waaronder verlies van arbeidsvermogen en immateriële schade.
Appellant is in hoger beroep gegaan. In hoger beroep gaat het enkel om de hoogte van het verlies aan arbeidsvermogen, inclusief pensioenschade en fiscale aspecten. Het hof geeft de toepasselijke maatstaf:
“Het bestaan en de omvang van schade door verminderd arbeidsvermogen na een ongeval dient te worden vastgesteld door een vergelijking te maken tussen het inkomen van de benadeelde in de feitelijke situatie na het ongeval en het inkomen dat de benadeelde in de hypothetische situatie zonder ongeval zou hebben verworven. De stelplicht en bewijslast van het bestaan en de omvang van de schade rusten in beginsel op de benadeelde. Aan de benadeelde mogen in dit verband geen strenge eisen worden gesteld; het is immers de aansprakelijke veroorzaker van het ongeval die aan de benadeelde de mogelijkheid heeft ontnomen om zekerheid te verschaffen over wat in die hypothetische situatie zou zijn gebeurd. Bij de beoordeling van de hypothetische situatie komt het dan ook aan op wat hierover redelijkerwijs te verwachten valt. Daarbij dienen de goede en kwade kansen te worden afgewogen, bij welke afweging de rechter een aanzienlijke mate van vrijheid heeft. Het oordeel van de rechter moet wel consistent en begrijpelijk zijn (HR 17 februari 2017, NJ 2017/115).”
Het hof oordeelt dat er geen strenge eisen hoeven te worden gesteld aan het bewijs van het verlies aan verdienvermogen van de vrouw. Bovendien oordeelt het hof dat het expertisebureau niet alle mogelijke financiële vooruitzichten van de vrouw had meegenomen, zoals salarisverhogingen of promotie binnen de zorgsector, en dat deze niet als onrealistisch kunnen worden beschouwd. Het hof verwerpt alle bezwaren en bekrachtigt het vonnis.
In deze uitspraak geeft het hof een duidelijke maatstaf voor hoe het bestaan en de omvang van schade door verminderd arbeidsvermogen na een ongeval dient te worden vastgesteld.
Deze teaser is geschreven door Noor Wasmus
Om de uitspraak te lezen klik hier.