Is voldaan aan de eisen van bepaaldheid en rechtmatig belang ex artikel 843a?
In dit arrest is de inzagevordering van art. 843a Rv aan de orde. Art. 843a Rv bepaalt dat iemand inzage in gegevens van een ander kan vorderen als aan bepaalde eisen is voldaan. Aan de toewijsbaarheid van deze vordering zijn drie cumulatieve voorwaarden verbonden:
i. het hebben van een rechtmatig belang;
ii. het moet gaan om bepaalde bescheiden; en
iii. men moet partij zijn bij de rechtsbetrekking.
In het onderhavige arrest gaat het om een man en vrouw – inmiddels ex-partners – die samen aandeelhouders van een financieel bedrijf zijn. Zij hielden de administratie van hun bedrijf in de voormalige echtelijke woning, waar de vrouw nu nog woont, maar waarvan zij de man de toegang heeft ontzegd. Volgens de man is een groot deel van de administratie in het huis achtergebleven en hij wil toegang daartoe.
Om de mogelijkheid tot inzage, afschrift of uittreksel veilig te stellen kan een partij op grond van art. art. 730 jo. 843a Rv bewijsbeslag leggen op bepaalde bescheiden. Om de beslagen bescheiden vervolgens in te zien is een losse ‘843a-vordering’ nodig. Dit is ook de route die de man in dit arrest heeft genomen. Hij had allereerst beslag gelegd op de administratie van ongeveer 10 miljoen bestanden. De deurwaarder heeft van de 10 miljoen bestanden op basis van zoektermen ruim 650.000 bestanden geselecteerd. In deze procedure vordert de man op grond van 843a Rv dat hij toegang krijgt tot deze 650.000 bestanden.
Het Hof heeft de inzagevordering afgewezen. Nu de zoektermen waarmee de ruim 650.000 bestanden zijn geselecteerd zodanig ruim zijn, was het Hof er niet van overtuigd dat de ongeveer 650.000 bestanden allemaal behoren tot de administratie. Volgens de Hoge Raad is dit een onjuist criterium.
De Hoge Raad verwijst allereerst naar zijn eerdere arrest van 2 juni 2023 (ECLI:NL:HR:2023:830), waarin is bepaald dat (mede) aan de hand van (een combinatie van) zoekwoorden kan worden afgebakend welke bescheiden voldoen aan de eisen van bepaaldheid en rechtmatig belang zoals volgens artikel 843a zijn vereist (zie de eerste twee vereisten zoals hiervoor genoemd). De Hoge Raad benadrukt vervolgens dat het in deze zaak gaat om een grote hoeveelheid digitale bestanden. Daarbij valt niet uit te sluiten dat sommige bestanden ten onrechte tot de geselecteerde bestanden behoren en andere ten onrechte niet, maar dat is op zichzelf geen voldoende reden om een inzagevordering af te wijzen. Ook in dat geval kan het rechtmatig belang van degene die inzage vordert zwaarder wegen dan het belang van degene die tegen inzage bezwaar maakt. De Hoge Raad onderstreept hiermee dat rechters bij het beoordelen van een 843a Rv vordering altijd een belangenafweging moeten maken – hetgeen het Hof had verzuimd.
Deze teaser is geschreven door Lotte Warendorf
Om de uitspraak te lezen klik dan hier.