Slaagt het beroep op eigen schuld?
In deze uitspraak heeft een hypotheekadviseur een fout gemaakt in de advisering aan een echtpaar dat een nieuw huis wilde financieren. De fout van de hypotheekadviseur bestond eruit dat zij een hypotheekofferte aan het echtpaar had aangeboden, terwijl zij daar in werkelijkheid geen gebruik van konden maken. De offerte was namelijk al ruim vóór het passeren van de leveringsakte verlopen, en verlenging door de hypotheekverstrekker was niet mogelijk. Het echtpaar was hierdoor genoodzaakt een nieuwe offerte aan te vragen en kampen daardoor met een hogere hypotheekrente.
De hypotheekadviseur betwist niet dat zij een fout heeft gemaakt. Het gaat in deze procedure dan ook alleen om de hoogte van de schade. Eén van de verweren van de hypotheekadviseur met betrekking tot de hoogte van de schade is dat er sprake zou zijn van eigen schuld aan de kant van het echtpaar, omdat zij zelf hebben gezien dat de hypotheekofferte niet lang genoeg geldig was. Zij hebben echter nagelaten om tijdig aan de bel te trekken. Het echtpaar stelt daarentegen dat zij wel bij de hypotheekadviseur aan de bel hebben getrokken, maar dat zij hen heeft verzekerd dat het wel goed zou komen. De rechtbank maakt echter korte metten met het eigen schuld verweer en oordeelt dat, ook als in rechte niet komt vast te staan dat de hypotheekadviseur hen heeft verzekerd dat het wel goed zou komen, nog steeds niet gesproken kan worden van eigen schuld van het echtpaar.
De rechtbank motiveert dit oordeel met de algemene overweging dat het echtpaar de hypotheekadviseur heeft ingeschakeld om haar te adviseren en haar bij te staan bij de totstandkoming van een hypothecaire geldlening. Zij mochten er vanuit gaan dat zij hen adviseerde zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend adviseur mag worden verwacht. Een bijkomende omstandigheid acht de rechtbank dat het voor het echtpaar uit de offerte niet kenbaar was dat de offerte niet kon worden verlengd. Dit was zichtbaar op de productkaart van de hypotheekverstrekker, zoals die door de hypotheekadviseur kan worden geraadpleegd, maar niet gesteld of gebleken is dat het echtpaar hiervan op de hoogte was. Deze laatste overweging roept vragen op, aangezien het echtpaar zelf heeft gesteld dat zij aan de bel hebben getrokken. Dat suggereert dat zij zich ervan bewust waren dat de offerte niet lang genoeg geldig was. Daarmee rijst de vraag in hoeverre het voor de beoordeling nog van belang is dat de informatie over de onmogelijkheid tot verlengen alleen op de productkaart stond, die voor het echtpaar niet toegankelijk was.
Hoe dan ook: deze uitspraak bevestigt dat wanneer een professionele partij een fout maakt ten opzichte van een (redelijk) ondeskundige partij, een beroep op eigen schuld niet snel wordt gehonoreerd. En áls dat al slaagt, dan ligt het percentage eigen schuld doorgaans niet hoger dan 50%.
Deze teaser is geschreven door Lotte Warendorf
Om de uitspraak te lezen klik hier