Klachtplicht in beginsel van toepassing op alle verbintenissen
Dit arrest heeft betrekking op het bereik en de toepassing van de klachtplicht van artikel 6:89 BW. De onderliggende zaak ziet specifiek op een loonvordering van een werknemer, maar het arrest biedt ook een meer algemeen inzicht in de stand van zaken van de klachtplicht.
Artikel 6:89 BW houdt in dat de schuldeiser op een gebrek in de prestatie geen beroep meer kan doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken, bij de schuldenaar hierover heeft geprotesteerd. Deze bepaling rust op de gedachte dat een schuldenaar erop moet kunnen rekenen dat de schuldeiser met bekwame spoed onderzoekt of de prestatie aan de verbintenis beantwoordt en dat deze, als dit niet het geval blijkt te zijn, dit eveneens met spoed aan de schuldenaar meedeelt.
De Hoge Raad legt uit dat bij beantwoording van de vraag of is voldaan aan de in art. 6:89 BW besloten liggende onderzoeks- en klachtplicht, moet worden gekeken naar alle omstandigheden van het geval. Zoals (i) de aard en inhoud van de rechtsverhouding; (ii) de aard en inhoud van de prestatie; (iii) de aard van het gestelde gebrek in de prestatie en (iv) de vraag of de schuldenaar nadeel lijdt door het late tijdstip waarop de schuldeiser heeft geklaagd.
Ten aanzien van dit laatste punt moet rekening worden gehouden met enerzijds het voor de schuldeiser ingrijpende rechtsgevolg van te laat protesteren (verval van al zijn rechten met betrekking tot de tekortkoming), en anderzijds de concrete belangen waarin de schuldenaar is geschaad door het late tijdstip waarop dat protest is gedaan. Denk aan een benadeling in zijn bewijspositie of een aantasting van zijn mogelijkheden de gevolgen van de gestelde tekortkoming te beperken.
Het cassatiemiddel stelde ten onrechte dat de klachtplicht niet van toepassing is op loonvorderingen uit arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad overweegt dat de klachtplicht in beginsel van toepassing is op alle verbintenissen, waaronder die, zoals in deze zaak aan de orde, uit hoofde van een arbeidsovereenkomst en die tot betaling van een geldsom. Dat laat zoals gezegd onverlet dat de aard en inhoud van de rechtsverhouding en de aard en inhoud van de prestatie wel behoren tot de omstandigheden die van belang zijn bij de beoordeling of de schuldeiser aan zijn klachtplicht heeft voldaan.
Deze teaser is geschreven door Rebecca van der Weerdt
Om deze uitspraak te lezen klik dan hier