Kan verzekeraar opzet tot misleiding door verzekerde bewijzen?
Bij de rechtbank Rotterdam lag de vraag voor of een verzekeraar dekking mocht weigeren voor een gestolen motorblok uit de garage van haar verzekerde. Het motorblok behoorde toe aan een klassieke Porsche en vertegenwoordigde een aanzienlijke waarde. De verzekerde – een garagebedrijf – deed een beroep op diens garageverzekering. De verzekeraar stelde echter dat sprake was van opzet tot misleiding door het garagebedrijf, waardoor dekking voor de diefstal zou ontbreken.
Artikel 7:941 lid 5 BW bepaalt dat het recht op uitkering vervalt indien de verzekeringnemer of uitkeringsgerechtigde de verzekeraar opzettelijk misleidt bij het melden van een schade. De bewijslast rust op de verzekeraar, die moet aantonen dat sprake is van opzet tot misleiding. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 21 februari 2020 (ECLI:NL:HR:2020:311 ) geoordeeld dat van opzet tot misleiding sprake is wanneer de verzekerde de bedoeling had de verzekeraar te bewegen tot het doen van een uitkering die, bij juiste en volledige informatie, niet zou zijn verstrekt. Dit is een zware maatstaf, en het leveren van het vereiste bewijs is niet eenvoudig.
De verzekeraar beriep zich op dit artikel. Volgens de verzekeraar had het garagebedrijf opzettelijk onjuiste informatie verstrekt over het gestolen motorblok. In de media zou het garagebedrijf een ander motornummer hebben genoemd dan het nummer dat bij de verzekeraar als gestolen was opgegeven. Daarnaast zou uit onderzoek zijn gebleken dat het motorblok met het opgegeven nummer zich nog steeds bevindt in een Porsche in Japan. Ook zou het uiterlijk van het opgegeven motorblok niet overeenkomen met het opgegeven type. Volgens de verzekeraar moest het garagebedrijf op de hoogte zijn geweest van de onjuistheid van deze informatie.
De rechtbank verwerpt dit verweer. De verwarring over het motornummer in de media wordt aangemerkt als een vergissing. Dat baseert de rechtbank op het feit dat het garagebedrijf in de politieaangifte wél het juiste motornummer heeft vermeld. Naar het oordeel van de rechtbank handelde het garagebedrijf steeds te goeder trouw en mocht het vertrouwen op de informatie die het van de eigenaar van de auto (en die op zijn beurt weer van de verkoper/bemiddelaars) over het motorblok had ontvangen. De rechtbank komt dan ook tot de slotsom dat van opzet tot misleiding geen sprake was en dat de verzekeraar dekking dient te verlenen voor het gestolen motorblok.
Deze teaser is geschreven door Rosalinde Montulet
Om de uitspraak te lezen klik hier.