Rechtbank Den Haag bevestigt de beperkende werking van de Bedrijfsregeling Brandregres 2014
De rechtbank Den Haag heeft zich bij vonnis van 14 januari 2026 uitgesproken over de reikwijdte van de Bedrijfsregeling Brandregres 2014 (BBr). Centraal stond de vraag onder welke voorwaarden brandverzekeraars regres kunnen nemen op niet-particulieren.
De kern van de Bedrijfsregeling Brandregres
De BBr is een regeling tussen brandverzekeraars die zijn aangesloten bij het Verbond van Verzekeraars. Op grond van artikel 1 BBr zien zij in beginsel af van regres op particulieren, behoudens de uitzonderingen van artikel 3 BBr. Ten aanzien van niet-particulieren bepaalt artikel 2 BBr dat brandverzekeraars hun recht van verhaal slechts uitoefenen indien de aansprakelijkheid verband houdt met onzorgvuldig handelen of nalaten.
De feiten van de zaak
In de voorliggende zaak nemen twee brandverzekeraars van een VvE regres op de importeur van elektrische Ecooter-scooters. In het oplaadbare accupakket van een van de scooters is brand ontstaan, waarna de accu is ontploft. Brandende delen van de lithium-ionbatterij verspreidden zich over nabij gestalde scooters en fietsen, waardoor de brand zich snel uitbreidde. Niet alleen zijn vijf scooters en een aantal fietsen verloren gegaan, ook heeft de brand schade veroorzaakt aan nabijgelegen ruimten en bovenliggende appartementen die toebehoorden aan de eigenaars van de VvE. Die schade (van ruim drie ton) hebben de twee brandverzekeraars vergoed.
Tussen partijen is niet in geschil dat de brand in de Ecooter-accu is ontstaan door een onveilige combinatie van de stekker van de lader en de contrastekker van de accu. De importeur bestrijdt evenmin dat hierdoor sprake was van een gebrekkig product.
Geen beroep op productaansprakelijkheid bij regres
Op grond van artikel 6:185 Burgerlijk Wetboek (BW) is een producent aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek in zijn product. Op grond van artikel 6:187 lid 3 BW kan een importeur worden gelijkgesteld aan een producent. Daarmee lijkt het in deze zaak op het eerste gezicht een gegeven dat de importeur aansprakelijk is voor de gevorderde brandschade.
Dat is echter niet het geval. In de eerste plaats is van belang dat een beroep op de huidige productaansprakelijkheidsregeling in artikel 6:185 BW niet openstaat voor regresnemende verzekeraars. Dit volgt uit de Tijdelijke Regeling Verhaalsrechten die is opgenomen in artikel 6:197 BW. Deze beperking geldt voor alle verzekeraars, dus niet alleen voor brandverzekeraars. Regresnemende verzekeraars kunnen zich zodoende alleen op de “gewone” onrechtmatige daad-grondslag uit artikel 6:162 BW als zij schade op een producent/importeur willen
De aanvullende beperking van artikel 2 BBr
Daarnaast geldt voor brandverzekeraars de hiervoor besproken BBr. Brandverzekeraars kunnen schade op niet-particulieren enkel verhalen als zij onzorgvuldig handelen of nalaten kunnen aantonen. Dit volgt uit artikel 2 BBr. In de toelichting op dit artikel staat:
“De BBr 2014 gaat uit van het principe dat regres gepleegd moet kunnen worden op eenieder die verantwoordelijk is voor onzorgvuldig handelende personen. Bepalend is dus of onzorgvuldig handelen of nalaten een relevante factor is geweest bij het ontstaan van de brand. De aard van de aansprakelijkheid zelf (risico- of schuldaansprakelijkheid) is niet bepalend. Met onzorgvuldigheid wordt het juridisch criterium schuld van artikel 6:162 BW bedoeld (verwijtbaar handelen of nalaten en/of toerekening van een oorzaak).”
Het verweer van de brandverzekeraars
De twee brandverzekeraars betogen dat regres op zakelijke partijen op grond van artikel 2 BBr niet alleen mogelijk is in geval van toerekening krachtens schuld, maar ook in geval van toerekening krachtens de wet of krachtens verkeersopvattingen, oftewel ongeacht of de zakelijke partij een verwijt kan worden gemaakt. Dit volgt volgens de twee brandverzekeraars uit de woorden “en/of toerekening van een oorzaak” in de toelichting op artikel 2 BBr.
Oordeel van de rechtbank over de uitleg van artikel 2 BBr
De rechtbank volgt de brandverzekeraars hierin niet. De rechtbank oordeelt dat artikel 2 BBr naar objectieve maatstaven moet worden uitgelegd en dat deze bepaling een bewuste en wezenlijke beperking van het wettelijke regresrecht van brandverzekeraars bevat. Uit de duidelijke bewoordingen van de regeling, de toelichting daarop en de historische ratio van de BBr volgt dat regres jegens niet-particulieren uitsluitend mogelijk is indien de aansprakelijkheid verband houdt met concreet onzorgvuldig en daarmee verwijtbaar handelen of nalaten. Aansprakelijkheid die enkel is gebaseerd op risicoaansprakelijkheid, de wet of verkeersopvattingen zonder dat een daadwerkelijk verwijt kan worden gemaakt, is onvoldoende, omdat een dergelijke uitleg artikel 2 elke zelfstandige betekenis zou ontnemen. Regres is wel mogelijk indien een onderneming verantwoordelijk is voor onzorgvuldig handelen van ondergeschikten of hulppersonen, maar ook dan geldt dat steeds sprake moet zijn van aan een persoon toe te rekenen verwijtbaarheid. De door verzekeraars verdedigde ruime uitleg wordt verworpen, omdat die onverenigbaar is met tekst, toelichting, doel en vaste rechtspraak over de BBr.
Geen concreet verwijt aan de importeur
Dit oordeel brengt mee dat de brandverzekeraars moeten aantonen dat de importeur een concreet verwijt treft.
De rechtbank overweegt dat de brandverzekeraars pas laat, namelijk voor het eerst en slechts subsidiair tijdens de mondelinge behandeling, hebben gesteld dat de importeur een concreet verwijt kan worden gemaakt vanwege te dunne stekkerpennen in verhouding tot de stekkerbussen. Deze stelling is onvoldoende uitgewerkt, omdat de brandverzekeraars niet hebben geconcretiseerd hoe het inkoop- en controleproces van de importeur tekort zou zijn geschoten en welke specifieke maatregelen een zorgvuldig handelend importeur had moeten treffen om het brandrisico te voorkomen. In plaats daarvan blijven zij leunen op toerekening op grond van verkeersopvattingen, hetgeen voor regres onder de BBr niet volstaat. De brandverzekeraars hebben bovendien niet gesteld dat sprake was van bekende brandrisico’s of van een bekend gebrek waarop extra controles of waarschuwingen vereist waren. Nu de importeur gemotiveerd heeft aangevoerd dat wel controles worden uitgevoerd en dat niet kan worden verlangd dat elk individueel product volledig wordt gedemonteerd, concludeert de rechtbank dat brandverzekeraars niet aan hun stelplicht hebben voldaan, zodat geen inhoudelijke beoordeling van onzorgvuldig handelen of nalaten kan volgen. De vorderingen van de brandverzekeraars worden afgewezen.
Het vonnis van de rechtbank benadrukt dat brandverzekeraars voor succesvol regres meer nodig hebben dan alleen het constateren van een gebrekkig product: er moet sprake zijn van aantoonbaar verwijtbaar handelen of nalaten door de aangesproken partij.
Deze teaser is geschreven Rosalinde Montulet
Om deze uitspraak te lezen klik hier