Notaris berispt voor onzorgvuldig handelen en onjuiste informatie in nalatenschapszaak
De zaak betreft een klacht tegen een notaris die betrokken was bij de afwikkeling van een nalatenschap. De moeder van klaagster had in haar testament bepaald dat de woning aan de klaagster zou worden gelegateerd. De notaris werd door de executeur van de nalatenschap gevraagd om enkele werkzaamheden te verrichten. Ten aanzien van deze werkzaamheden maakt klaagster diverse verwijten aan de notaris.
Een klacht ziet op het uitblijven van een reactie op een e-mailbericht van klaagster aan de notaris, waarin zij stelt dat sprake is van verduistering van gelden door de executeur. Het hof oordeelt dat de notaris te laat heeft gereageerd op dit bericht, waarin ernstige beschuldigingen werden geuit. De notaris reageerde pas op 18 augustus 2021, na een herinnering, terwijl de oorspronkelijke e-mail op 24 juni 2021 was verzonden. Ondanks dat de notaris op dat moment geen werkzaamheden meer verrichtte voor de afwikkeling van de nalatenschap van de moeder, had de notaris eerder had moeten reageren vanwege de ernst van de beschuldigingen en de perceptie van klaagster – die duidelijk in het e-mail bericht naar voren kwam – dat de executeur een kantoorgenoot van de notaris was. Het hof oordeelt dat de notaris hierbij onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld.
De volgende klacht ziet op het feit dat de notaris zich niet als boedelnotaris in het boedelregister heeft ingeschreven. Het hof stelt vast dat inderdaad geen sprake is van een inschrijving, terwijl de notaris eerder heeft beweerd dit wel te hebben gedaan. Dit feitelijk onjuiste verweer wordt zwaar aangerekend, aangezien de notaris de kamer hiermee verkeerd heeft voorgelicht en geen aanleiding zag om dit te corrigeren. Het hof oordeelt dat de notaris hiermee in strijd met artikel 4:186 lid 2 BW heeft gehandeld.
Klaagster verwijt de notaris verder dat zij heeft geweigerd om een akte van verdeling dan wel een akte houdende afgifte woninglegaat te passeren en verwijt verder de slechte communicatie daarover. Het eerste gedeelte van deze klacht gaat niet op, nu de notaris mocht afgaan op de juistheid van de informatie die zij van de executeur kreeg en zij klaagster met inhoudelijke vragen ook naar de executeur mocht doorverwijzen, omdat hij bevoegd was de nalatenschap af te wikkelen. De notaris kon de executeur niet dwingen om de akte te ondertekenen. Het klachtenonderdeel ten aanzien van de gebrekkige communicatie gaat wel op. Hoewel de notaris in eerste instantie klaagster informeerde, bleef een reactie op latere verzoeken van klaagster uit. Het feit dat de notaris voor het passeren mede afhankelijk was van de executeur, verhindert haar niet om antwoord te geven op de verzoeken van klaagster om de akte te passeren.
Ten slotte werd de notaris verweten niets te hebben gedaan met de verzoeken van klaagster om het woninglegaat in de openbare registers in te schrijven. Het hof oordeelt in de tuchtprocedure niet over de vraag of de inschrijving mogelijk was, maar stelt vast dat de notaris niets heeft gedaan met de verzoeken van klaagster tot inschrijving en daardoor niet adequaat heeft gereageerd. Ook deze klacht is dan ook gegrond.
Bij het opleggen van de maatregel bepaalt de ernst van het verwijt mede de zwaarte daarvan. Het hof merkt hierbij ten eerste op dat de notaris door haar laakbare handelwijze de belangen van klaagster heeft veronachtzaamd. Bovendien neemt het hof het de notaris zeer kwalijk dat zij heeft gelogen bij de kamer over haar inschrijving als betrokken notaris. Op grond hiervan komt het hof tot een berisping en een geldboete.
Deze teaser is geschreven door Sanne van der Plas
Om de uitspraak te lezen klik hier