Staan formele verweren opdrachtgever aansprakelijkheid in de weg?
Een werknemer van een vrachtwagenproducent wordt tijdens zijn werkzaamheden geëlektriseerd doordat een kettingtakel waarmee hij werkte onder stroom bleek te staan. De aansprakelijkheidsverzekeraar van de vrachtwagenproducent heeft de werknemer schadeloos gesteld. Volgens de vrachtwagenproducent en haar verzeker is de kettingtakel onder stroom komen te staan doordat een monteur bij werkzaamheden aan de kettingtakel een fout heeft gemaakt. Zij spreken de opdrachtgever van de monteur daarom aan voor de opgelopen schade. De rechtbank heeft dit verzoek in eerste aanleg afgewezen.
In hoger beroep voert de opdrachtgever voert een aantal formele verweren aan. Zo stelt de opdrachtgever dat niet zij, maar een dochteronderneming de contractspartij was bij de overeenkomst om de kettingtakel te vervangen. Volgens het hof mocht de vrachtwagenproducent er echter redelijkerwijze vanuit gaan met de opdrachtgever van de monteur te contracteren, gelet op de omstandigheden voor en na het sluiten van de overeenkomst. Het feit dat op de factuur de dochteronderneming stond vermeld, doet daar volgens het hof niets aan af.
Verder wordt nog aangevoerd dat de vrachtwagenproducent geen belang bij de ingestelde vorderingen heeft. Nu de producent een eigen risico moet betalen is een belang bij de vordering volgens het hof een gegeven. Tussen partijen staat niet ter discussie dat op de overeenkomst de Metaalunievoorwaarden van toepassing zijn. Volgens de opdrachtgever staan deze voorwaarden aan haar aansprakelijkheid in de weg. Volgens de opdrachtgever heeft de vrachtwagenproducent te laat geklaagd, doordat hij niet binnen 14 dagen na het ontdekken van het gebrek heeft geklaagd, zoals neergelegd in de algemene voorwaarden.
Het hof overweegt dat de klachtplicht is bedoeld om de opdrachtnemer te informeren over eventuele gebreken in diens prestatie, zodat hij onderzoek kan doen naar die gebreken op het moment dat een onderzoek nog zinvol is en de gebreken zo nodig kan herstellen. Nu er een snelle melding is geweest van het ongeval, is volgens het hof aan de ratio van de klachtplicht voldaan. Het feit dat pas later een formele, schriftelijke klacht is ingediend, staat daar niet aan in de weg. Al met al oordeelt het hof dat het argument dat de Metaalunievoorwaarden aan aansprakelijkheid in de weg staan geen hout snijdt.
Los van de formele verweren, bestaat tussen partijen geen discussie over de vraag of de kettingtakel niet goed geaard was, waardoor deze niet voldeed aan de geldende veiligheidsnormen. Partijen verklaren elk dat er naast deze fout door anderen nog meer fouten zijn gemaakt. Het hof kan gelet op het technische karakter van de discussie niet zelf bepalen of dit het geval is en besluit een deskundige te benoemen alvorens zij tot een oordeel komt.
Het arrest toont onder meer het belang van duidelijke afspraken tussen partijen, in het bijzonder wanneer er dochterpartijen betrokken zijn. Het hof oordeelt dat het op de weg van de werkgever van de monteur had gelegen om ondubbelzinnig duidelijk te maken dat haar dochteronderneming als opdrachtnemer zou optreden. In dit geval was dat onvoldoende gebeurd.
Deze teaser is geschreven door Floris van der Valk
Om de uitspraak te lezen klik hier.