Staat Unierecht in de weg aan een beroep op opzettelijke misleiding?(
Deze zaak gaat over de vraag of een inzittende van een auto recht heeft op schadevergoeding van de WAM-verzekeraar van die bewuste auto. De inzittende heeft door een eenzijdig verkeersongeval ernstig letsel opgelopen.
Uit onderzoek naar de omstandigheden rondom het ongeval, is gebleken dat de zus van de inzittende de auto bestuurde toen het ongeval plaatsvond. Na het ongeval heeft de bestuurster echter het rijbewijs van de inzittende getoond, omdat zij zelf niet in het bezit was van een geldig rijbewijs. Verder is gebleken dat de auto weliswaar eigendom was van de inzittende, maar niet op haar naam stond geregistreerd en via een andere persoon was verzekerd. Bovendien was een eerdere verzekeringsaanvraag – door de inzittende zelf ingediend – door de WAM-verzekeraar geweigerd.
Op basis van die omstandigheden is de WAM-verzekeraar van mening dat de inzittende geen recht heeft op schadevergoeding, omdat zij bij het tot stand komen van de verzekering betrokken is geweest en de WAM-verzekeraar opzettelijk zou hebben misleid. Volgens de WAM-verzekeraar zou het onaanvaardbaar zijn als de inzittende zou profiteren van de opzettelijke misleiding.
De Hoge Raad gaat daar niet in mee.
Volgens de Hoge Raad is er in de verhouding tussen een benadeelde (hier: de inzittende) en een WAM-verzekeraar geen plaats voor de regel dat opzettelijke misleiding leidt tot het verval van het eigen recht op schadevergoeding van de benadeelde (artikel 6 WAM). Evenmin is er plaats voor de regel dat de WAM-verzekeraar geen uitkering verschuldigd is als er sprake is van onjuiste inlichtingen of opzettelijke misleiding.
Het oordeel van de Hoge Raad moet worden bezien tegen de achtergrond van Europese regelgeving (de WAM-richtlijn) en de rechtspraak van het HvJ EU, waarin het belang van de bescherming van slachtoffers van ongevallen voorop wordt gesteld.
Vervolgens overweegt de Hoge Raad dat uitkering in een geval als dit enkel kan worden geweigerd indien er sprake is van misbruik van Unierecht. En omdat de onjuiste verklaringen volgens de Hoge Raad niet zijn afgelegd met het doel om een beroep op de WAM-richtlijn te kunnen doen – maar om een verzekeringsovereenkomst te sluiten en om achteraf onjuistheden te verhullen – is in dit geval geen sprake van misbruik van het Unierecht. Dat oordeel brengt mee dat er geen ruimte bestaat voor toepassing van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:2 lid 2 BW).
Deze uitspraak laat zien hoe ver de invloed van Unierecht kan reiken. Zelfs als er opzettelijk is gefraudeerd door het slachtoffer, kan diegene toch recht hebben op schadevergoeding
Deze teaser is geschreven door Tim Nelissen
Om de uitspraak te lezen klik hier.