Geldt décharge één bestuurder ook voor medebestuurders?
In deze zaak hadden de oud-bestuurders van een tennisvereniging namens die vereniging een overeenkomst gesloten met een aannemer voor de bouw van een nieuw clubhuis. Zonder dat er met de bouw was begonnen, was er al 95% van de aanneemsom betaald. Vervolgens ging de aannemer failliet.
De tennisvereniging sprak daarop de oud-bestuurders aan voor de schade die de vereniging daardoor heeft geleden. Als meest verstrekkend verweer hebben de oud-bestuurders aangevoerd dat aan hen décharge is verleend, zodat de tennisvereniging hen niet meer kan aanspreken.
Het hof gaat daarin mee. Volgens het hof heeft de vereniging ten opzichte van het collectieve bestuur afstand gedaan van het recht hen aan te spreken voor de kwestie rondom de bouw van een nieuw clubhuis.
Ten overvloede overweegt het hof ook nog dat de herhaaldelijk specifiek aan de penningmeester verleende décharge ook strekte tot afstand van het recht om de medebestuurders aansprakelijk te stellen.
Redengevend voor het hof is de collectieve bestuursverantwoordelijkheid, en dat het zich niet wel laat denken dat tegenover de ene bestuurder afstand is gedaan van het recht hem aansprakelijk te stellen voor een collectieve verantwoordelijkheid, maar geen afstand is gedaan tegenover de andere bestuurders die mede collectief verantwoordelijk zijn voor het zelfde onderwerp waarover door hen eveneens verantwoording is afgelegd. Het feit dat er geen uitdrukkelijke verklaring was voor de verschillende behandeling van bestuurders heeft in dat verband ook een rol gespeeld.
Deze teaser is geschreven door Tim Nelissen
Om de uitspraak te lezen klik hier.