Wie dient op te komen voor de brandschade na splitsing in appartementsrechten?
In de nacht van 10 op 11 oktober 2019 werd een pand beschadigd door brand. Dit pand was in 1997 gesplitst in twee appartementsrechten (een beneden- en een bovenverdieping). Voorafgaand aan die splitsing had de toenmalige eigenaar via een assurantietussenpersoon een particuliere woonhuisverzekering afgesloten, die sindsdien jaarlijks werd verlengd. Zowel het eigendom van de beneden- als de bovenverdieping was in de jaren voorafgaand aan de brand overgedragen, zonder dat dit aan de verzekeraar werd gemeld.
Na de brand maakte de Vereniging van Eigenaren (hierna: “de VvE”) aanspraak op dekking bij de verzekeraar bij wie de woonhuisverzekering destijds was afgesloten. De verzekeraar weigerde die dekking, omdat de overgang van het verzekerde belang na de verkoop niet was gemeld en binnen de in de polisvoorwaarden gestelde termijn van 30 dagen geen afspraak was gemaakt over de voortzetting van de verzekering.
De VvE was het niet eens met dit standpunt en startte een procedure waarin zij een verklaring voor recht vorderde dat de verzekeraar gehouden was dekking te verlenen. Daarnaast startte de VvE een procedure tegen de assurantietussenpersoon en de betrokken notaris, stellende dat beiden hun zorgplicht hadden geschonden door de VvE niet te behoeden voor de ontstane situatie.
In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat de verzekeraar dekking moest verlenen. Daarnaast werd geoordeeld dat zowel de assurantietussenpersoon als de notaris een beroepsfout hadden gemaakt en hoofdelijk gehouden waren om (vanwege eigen schuld aan de zijde van de VvE) 65% van de schade te vergoeden.
De verzekeraar en de assurantietussenpersoon stelden hoger beroep in tegen het vonnis. De notaris deed dat niet, waardoor het vonnis ten aanzien van de notaris in kracht van gewijsde ging en daarmee onherroepelijk kwam vast te staan.
In hoger beroep stond allereerst de vraag centraal of de verzekeraar dekking moest verlenen. Anders dan de rechtbank oordeelde het hof dat hiervan geen sprake kon zijn, omdat niet binnen de vereiste termijn van 30 dagen een afspraak met de verzekeraar was gemaakt om de verzekering voort te zetten. Dit arrest is interessant, omdat het hof vervolgens inging op de vraag of het beroep van de verzekeraar op de polisvoorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was (art. 6:248 lid 2 BW) en die vraag beantwoordde aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval. Volgens het hof was dit beroep onder meer niet onaanvaardbaar omdat aannemelijk is dat de verzekeraar de woonverzekering niet had voortgezet. Destijds werd immers een particuliere woonhuisverzekering afgesloten, maar inmiddels werd aanspraak op dekking door een vereniging van eigenaren, voor wie een zakelijke verzekering, met een andere premiestelling, had moeten worden afgesloten. Ook vond het hof van belang dat de VvE de schade (gedeeltelijk) kon verhalen op de notaris en de assurantietussenpersoon.
Na het oordeel dat de verzekeraar geen dekking hoefde te verlenen, beoordeelde het hof vervolgens of de assurantietussenpersoon haar zorgplicht had geschonden en, zo ja, in hoeverre zij aansprakelijk was voor de schade van de VvE. Dit arrest is óók interessant omdat het hof uitgebreid motiveerde dat en waarom (i) de assurantietussenpersoon niet alleen een zorgplicht had jegens de toenmalige eigenaar, maar ook een buitencontractuele zorgplicht jegens de VvE en de kopers van de appartementen, (ii) de assurantietussenpersoon deze zorgplicht had geschonden, en (iii) – anders dan de rechtbank had geoordeeld – geen sprake was van eigen schuld aan de zijde van de VvE.
Met betrekking tot het oordeel over eigen schuld overwoog het hof onder meer dat de assurantietussenpersoon geen enkele waarschuwing of uitleg had gegeven over het aanstaande ontbreken van verzekeringsdekking. Daarnaast leek het hof mee te wegen dat de assurantietussenpersoon zelf verzekerd was tegen beroepsaansprakelijkheid, terwijl de VvE dat niet was.
Al met al is dit een lezenswaardig arrest, waarin meerdere interessante aspecten aan bod kwamen die relevant waren bij procedures over verzekeringsdekking en beroepsaansprakelijkheid.
Deze teaser is geschreven door Huug Hieltjes
Om de uitspraak te lezen klik hier.