Is ervaren angst als gevolg van een strafbaar feit voldoende voor immateriële schadevergoeding?
Een voormalige burgemeester ontvangt in maart 2022 per e-mail een ernstige bedreiging. In het bericht staat onder meer het volgende: “Dus koop een grafkist XL en trap haar onder de grond. Daar hoort dit manwij (..) thuis, tussen de wormen, voor altijd, dan pas zal ik rust vinden.” Deze e-mail maakt deel uit van een reeks beledigende berichten gericht aan de gemeente. De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot immateriële schadevergoeding.
In eerste aanleg werd de verdachte door de politierechter Den Haag veroordeeld voor onder meer bedreiging. In hoger beroep bevestigt het hof Den Haag de bewezenverklaring en de gedeeltelijk toegewezen immateriële schadevergoeding van 400 euro, en legt daarvoor een schadevergoedingsmaatregel op.
In cassatie staat de vraag centraal of het hof toereikend heeft gemotiveerd dat de verdachte het oogmerk had om immateriële schade toe te brengen in de zin van art. 6:106 lid 1 onder a BW.
Het hof overwoog dat bij de benadeelde partij redelijke vrees was ontstaan en dat de verdachte het oogmerk had om nadeel in de vorm van angst toe te brengen. De Hoge Raad acht deze motivering niet toereikend. Uit de vastgestelde feiten volgt volgens de Hoge Raad niet dat de verdachte daadwerkelijk de bedoeling had immateriële schade te berokkenen. Dat een bedreiging angst veroorzaakt, betekent nog niet dat het vereiste oogmerk aanwezig is. De Hoge Raad vernietigt het arrest daarom voor zover het de immateriële schadevergoeding en de schadevergoedingsmaatregel betreft en wijst de zaak terug naar het hof.
Uit dit arrest van de Hoge Raad wordt duidelijk dat het oogmerkvereiste een aanzienlijke drempel vormt voor immateriële schadevergoeding. Het enkele ontstaan van angst als gevolg van een strafbaar feit is onvoldoende om oogmerk in de zin van artikel 6:106 sub a BW aan te tonen. Alleen wanneer uit de feiten duidelijk blijkt dat de dader daadwerkelijk de bedoeling had om immateriële schade te veroorzaken, maakt een vordering op deze grondslag kans.
Deze teaser is geschreven door Rosanne Snoek
Om de uitspraak te lezen klik hier.