Wanneer mag van de cliënt worden verwacht dat hij de risico’s zelf overziet?
In dit arrest komt de vraag aan de orde of een advocaat – die voor zijn cliënte (een vastgoedinvesteerder) beslag heeft gelegd en een kortgedingprocedure is gestart – deze cliënte van tevoren (voldoende) heeft geïnformeerd over de gevolgen en risico’s daarvan.
Of en in welke mate de advocaat de cliënt behoort te informeren over en te waarschuwen voor een bepaald risico, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval (HR 7 maart 2003, ECLI:NL:HR: 2003:AF1304). In dat kader kan onder meer betekenis toekomen aan de ernst en omvang van het desbetreffende risico, de mate van waarschijnlijkheid dat dit zich zal realiseren en de mate waarin de cliënt ervan heeft blijk gegeven zich reeds van dat risico bewust te zijn (HR 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1406). Het Hof lijkt in onderhavig geval grote betekenis toe te kennen aan de laatstgenoemde factor. Ondanks dat de advocaat had aangegeven na ontvangst van het dossier een inschatting te maken van de haalbaarheid en van de kosten, heeft hij dit nooit gedaan. Dit wordt hem echter – gelet op de deskundigheid van zijn cliënte – niet aangerekend.
Daarbij is van belang dat de bestuurders van de vastgoedinvesteerder een groot aantal bedrijven exploiteren, waaronder een kredietinformatie- en incassobureau. De advocaat deed – naar zijn zeggen – in het verleden procedures voor hen waarin advocatenbijstand noodzakelijk was en die zij niet zelf mochten doen. De bestuurders deden in die zaken zelf het uitzoekwerk en de voorbereiding, stuurden de deurwaarder aan en leverden de input aan. Ook in onderhavige zaak heeft de bestuurder van de vastgoedinvesteerder allerlei (juridisch) werk zelf gedaan: hij heeft de aankoopmakelaar benaderd, advies bij zijn eigen deurwaarders ingewonnen, de processtukken zelf (feitelijk) ingediend en via zijn eigen deurwaarders laten betekenen en een voorbeeldrekest en voorbeeld-uitspraak aansprakelijkheid makelaar aan de advocaat gestuurd.
Volgens het Hof mocht de advocaat er dan ook vanuit gaan dat er relevante juridische kennis aanwezig was bij de vastgoedinvesteerder, die zelf op de hoogte moet zijn geweest van de (gebruikelijke) risico’s en kosten van de procedure die zij wenste.
Deze uitspraak onderstreept dat de informatieplicht van de advocaat geen absolute omvang heeft: de mate waarin een advocaat de goede en kwade kansen moet schetsen wordt mede bepaald door de kennis en ervaring aan de zijde van de cliënt. Die kennis zal bij zakelijke cliënten sneller aanwezig worden geacht dan bij de particuliere client.
Deze teaser is geschreven door Lotte Warendorf
Om de uitspraak te lezen klik hier.