Leidt (geringe) schending van Gedragscode Persoonlijk Onderzoek tot bewijsuitsluiting?
In de nacht van 29 op 30 mei 2019 heeft er een brand gewoed in de schuur achter de woning van verzekerde, geïntimeerde in hoger beroep. De schuur inclusief inboedel is geheel uitgebrand. De verzekeraar heeft de schade aan de inboedel en de schuur vergoed. In januari 2020 ontving de verzekeraar een tip die enkele belastende verklaringen voor “fraudepraktijken” van verzekerde bevatte, zoals het laten maken van valse facturen en het gerucht dat de brand zou zijn aangestoken. Voor de verzekeraar is dat reden geweest om een onderzoeksbureau in te schakelen. Naar aanleiding van het rapport van het onderzoeksbureau heeft de verzekeraar aan verzekerde laten weten dat zij de door haar uitgekeerde bedragen terugvordert en dat zij geïntimeerde heeft opgenomen in diverse registers.
De vraag die voorligt is of de verzekeraar terecht de verzekeringsuitkering heeft teruggevorderd en of de verzekeraar terecht verzekerde in diverse registers heeft laten opnemen.
Voor een beoordeling van die vraag is van belang dat ten tijde van de afwikkeling van de brandschade voor verzekeraars de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek van het Verbond van Verzekeraars gold. Die gedragscode was erop gericht om personen naar wie een persoonlijk onderzoek wordt ingesteld te beschermen tegen onnodige inbreuken op hun persoonlijke levenssfeer en om de gedragingen van verzekeringsmaatschappijen op dit gebied toetsbaar te maken. De rechtbank heeft geoordeeld dat de verzekeraar in strijd heeft gehandeld met de gedragscode en dat het daardoor verkregen onrechtmatige bewijs terzijde moest worden geschoven.
Het hof is van oordeel dat de verzekeraar op basis van de informatie van de tipgeefster een redelijk vermoeden van fraude mocht hebben. En dat de verzekeraar om die reden een persoonlijk onderzoek als bedoeld in de gedragscode mocht starten. Van onrechtmatig bewijs is volgens het hof geen sprake. Het hof oordeelt tegen die achtergrond dat de uitkering op grond van de opstalverzekering echter niettemin onterecht is teruggevorderd, omdat de verzekeraar opzettelijke misleiding voor de opstalschade onvoldoende heeft onderbouwd. De verzekeraar heeft de uitkering op grond van de inboedelverzekering wel terecht teruggevorderd, nu opzettelijke misleiding onder die inboedelverzekering wel is aangetoond. Volgens het hof rechtvaardigt die opzettelijke misleiding echter niet ook terugvordering van de opstalschade. Omdat sprake is geweest van fraude bij de claim onder de inboedelverzekering, is de opname in de diverse registers terecht geweest.
Deze teaser is geschreven door Sanne Schauwaert
Om de uitspraak te lezen klik hier.