Hoe verhoudt het oordeel van de tuchtrechter zich tot een civiele procedure?
Deze zaak gaat om een BN’er die – net als veel ‘gewone’ Nederlanders – een goede vriendin had (hierna: de vriendin). De vriendschap was veelzijdig; de vriendin was bij de BN’er in dienst en huurde eveneens een woning van haar. Op een gegeven moment verschenen in de Telegraaf en Privé berichten over een zelfmoordpoging van de BN’er door een overdosis medicijnen. De vriendin schakelde namens de BN’er een advocaat in, die de media heeft gesommeerd het bericht te rectificeren, omdat er op de genoemde datum geen zelfmoordpoging had plaatsgevonden en de genoemde middelen niet waren gebruikt. De media heeft aan de sommatie voldaan.
Vervolgens kwam aan de langdurige vriendschap tussen de BN’er en de vriendin een einde, waarna zij elkaar meerdere malen in de rechtszaal troffen. Allereerst in verband met een arbeidsgeschil en vervolgens omdat de BN’er ontruiming vorderde van haar woning die de vriendin huurde. In beide geschillen werd de vriendin bijgestaan door dezelfde advocaat (hierna: de advocaat) die eerder ten behoeve van de BN’er rectificatie had gevorderd. Je voelt het al aankomen: de BN’er dient een tuchtklacht in en zowel de Raad als het Hof van Discipline oordelen dat de advocaat zich schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling.
In onderhavig arrest gaat het echter om de civielrechtelijke claim tegen de advocaat als gevolg van zijn optreden in voornoemde ontruimingszaak. De BN’er vorderde in die zaak ontruiming vanwege o.a. een huurachterstand. De advocaat heeft in het kader van één van de verweren daartegen – dat inhield dat de vriendin de BN’er gedurende enkele maanden heeft verzorgd en in huis heeft genomen en daarom geen huur verschuldigd was – verklaard dat de BN’er op 9 februari 2017 een zelfmoordpoging heeft gedaan. De BN’er meent dat de advocaat onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door tijdens de ontruimingszaak tegen haar als advocaat op te treden en daar mededelingen te doen over de zelfmoordpoging. Het Hof gaat hierin mee en oordeelt dat de advocaat hierdoor onrechtmatig gehandeld. Zij sluit zich daarmee aan bij het oordeel van de tuchtrechter.
Het voorgaande betekent niet dat het oordeel van de tuchtrechter zonder meer tot hetzelfde oordeel in een civiele procedure leidt. De Hoge Raad heeft (laatstelijk) in zijn arrest van 22 september 2017 (ECLI:NL:HR:2017:2452 rov. 3.3.2) bevestigd dat het uitgangspunt is dat aan het oordeel van de tuchtrechter dat in strijd is gehandeld met de voor het desbetreffende beroep geldende normen en regels, niet zonder meer de gevolgtrekking kan worden verbonden dat de betrokkene civielrechtelijk aansprakelijk is wegens schending van een zorgvuldigheidsnorm (zoals laatstelijk bevestigd door de HR 22 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2452 rov. 3.3.2).
In dit geval acht het Hof dus wél dat er gegronde redenen zijn om het oordeel van de tuchtrechter te volgen. De advocaat wordt dus nogmaals op de vingers getikt, maar gaat in zekere zin toch “vrijuit”, omdat hij volgens het Hof geen schadevergoeding hoeft te betalen vanwege het ontbreken van causaal verband tussen het onrechtmatig handelen en de gestelde schade. In de hypothetische situatie dat de advocaat de zaak niet had gedaan (zijn fout weggedacht), acht het Hof het zeer waarschijnlijk dat een andere advocaat de zelfmoordpoging ook zou hebben genoemd.
Klik hier voor de uitpsraak
Deze teaser is geschreven door Lotte Warendorf