Zijn gezondheidsklachten ontstaan door tweede verkeersongeval, of waren zij daarvoor al aanwezig?
Een fietser raakt in een tijdsbestek van vijf jaar betrokken bij twee auto-ongelukken. In 2013 is de fietser tegen het portier van een bestelbus aangereden en daardoor ten val gekomen. Hierdoor is hij vijf maanden lang arbeidsongeschikt geweest. In een neuropsychologisch onderzoek een paar jaar na het ongeval wordt vastgesteld dat de fietser onder andere lijdt aan nekklachten, hoofdpijn en verminderd concentratievermogen. In 2018 vindt een tweede ongeval plaats, waarbij de fietser frontaal op een auto botst. De verzekeraar heeft voor beide verkeersongevallen aansprakelijkheid erkend, maar tussen partijen bestaat nog discussie of er causaal verband bestaat tussen de gezondheidsklachten van verzoeker en het tweede ongeval.
Voor het vaststellen van causaal verband tussen de gezondheidsklachten van de fietser en het tweede ongeval, acht de rechtbank het van belang om allereerst vast te stellen welke klachten zich bij de fietser voordoen. Uit rapporten van neurologische en neuropsychologische experts blijkt dat het gaat om de volgende klachten: verminderde energie, verminderde concentratie, snel overprikkeld raken door licht en geluid, geheugenproblemen, verminderd functioneren in groepen en hoofdpijn.
Vervolgens moet volgens de rechtbank worden vastgesteld of deze gezondheidsklachten zijn veroorzaakt door het tweede ongeval. Sluitend medisch bewijs is daarvoor niet voorhanden, maar omdat de rechter het klachtenpatroon plausibel acht, mag aan het bewijs van het oorzakelijk verband geen al te hoge eisen worden gesteld. Uitgangspunt is dat het ontbreken van een specifieke, medisch aantoonbare verklaring voor de klachten niet mag verhinderen dat oorzakelijk verband wordt bewezen, aldus de rechter. Wanneer de fietser voorafgaand aan het tweede ongeval de klachten niet had en deze klachten door het tweede ongeval kunnen zijn veroorzaakt, zonder dat er sprake is van een alternatieve verklaring, is de rechter van mening dat het causaal verband voldoende aannemelijk is.
De rechtbank stelt vast dat alle klachten met uitzondering van de hoofdpijn niet bestonden voorafgaand aan het tweede ongeval (althans, in de beschikbare informatie van voor die tijd niet worden genoemd) en door dit ongeval kunnen zijn ontstaan. De rechtbank neemt daarom wat betreft deze klachten causaal verband aan tussen het tweede ongeval en de gezondheidsklachten.
Met betrekking tot de hoofdpijnklachten overweegt de rechtbank dat de fietser na het ongeval in 2013 meer gevoeligheid voor hoofdpijn bemerkte. Desalniettemin komt de rechtbank tot het standpunt dat dit niet zo moet worden uitgelegd dat de hoofdpijnklachten al aanwezig waren voor het tweede ongeluk. De fietser kon na het eerste ongeval uiteindelijk weer haar volledige werkzaamheden hervatten en heeft haar arts niet bezocht met hoofdpijnklachten. De rechtbank ziet in het tweede ongeval bovendien een plausibele verklaring voor het ontstaan van de hoofdpijnklachten. Wegens het ontbreken van een alternatieve verklaring, acht de rechtbank ook voor deze klachten het causaal verband aanwezig.
De rechtbank wijst de verzoeken van de fietser dus toe. Volgens de rechter is er sprake van causaal verband tussen het tweede ongeval en de gezondheidsklachten. Deze uitspraak vormt daarbij een voorbeeld van de vaste whiplash-jurisprudentie waar ondanks het ontbreken van medische causaliteit er onder omstandigheden toch juridische causaliteit kan worden vastgesteld – ook, zo blijkt uit deze uitspraak, als zich eerder een vergelijkbaar ongeval heeft voorgedaan.
Verder blijkt uit de uitspraak ook het belang van het completeren van het medisch dossier. De verzekeraar voerde nog aan dat er nog informatie over de situatie voor het tweede ongeval niet compleet was, maar dit wordt door de rechter van de hand gewezen omdat de medisch deskundigen het kennelijk niet van belang hebben geacht die informatie nog op te vragen. De praktijk leert echter dat onafhankelijke deskundigen hier zelden tot nooit uit eigen beweging naar vragen (ook als daar wellicht wel aanleiding naar zou zijn). Het is dus van belang daar in de aanloop naar een deskundigenbericht, en tijdens de conceptfase van het deskundigenbericht, scherp op te zijn en deskundige hier zo nodig expliciet naar te vragen.
Deze teaser is geschreven door Floris van der Valk
Om de uitspraak te lezen klik hier.