Kan verzekeraar beroep doen op langdurige verhuuruitsluiting in polisvoorwaarden van woonhuisverzekering?
In een recent vonnis oordeelde de rechtbank Den Haag over dekking onder een woonhuisverzekering voor schade door brand in een schuur.
Feiten
De schuur stond op een van de twee aan elkaar grenzende percelen van verzekerde. Daar bevonden zich ook een vrijstaande woning en een chalet. Dat chalet was door verzekerde verhuurd aan derden voor de duur van een jaar. Dit had verzekerde niet aan de verzekeraar gemeld.
Polisvoorwaarden
Uit de polisvoorwaarden volgt dat de verzekering dekking biedt voor schade aan de (inboedel in) de woning van verzekerde. Het begrip “woning” is gedefinieerd als “een (deel van een) gebouw dat bestemd is voor particuliere bewoning inclusief bijgebouwen”. De dekking omvat zodoende ook het chalet en de schuur van verzekerde.
De polisvoorwaarden kennen echter ook een uitsluiting in geval van verhuur. Daar draait het in deze zaak om. De uitsluiting luidt:
Hoe lang mag je maximaal je woning verhuren?
Je mag je woning maximaal 60 nachten per kalenderjaar verhuren. Bij schade moet je de verhuuradministratie tonen. Je bent na 60 overnachtingen in een kalenderjaar tijdens verhuur van (kamers in) je woning niet meer verzekerd.
Standpunten van partijen
Volgens verzekeraar ontbreekt dekking voor de brandschade omdat het chalet door verzekerde werd verhuurd voor meer dan 60 nachten. Zij doet zodoende een beroep op de verhuurclausule.
Verzekerde ziet dat anders. Die stelt zich op het standpunt dat de verhuurclausule niet zo mag worden uitgelegd dat dekking ontbreekt voor schade aan andere gebouwen dan het gehuurde gebouw. In dit geval is immers de schuur afgebrand en niet het chalet dat werd verhuurd. Daarnaast stelt verzekerde dat er geen causaliteit bestaat tussen het verhuren van het chalet en het ontstaan van de brand in de schuur. Om die reden zou het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn dat de verzekeraar zich op de verhuurclausule beroept.
Rechtbank wijst vorderingen af
De rechtbank volgt verzekerde niet. Het staat – zo overweegt de rechtbank – een verzekeraar vrij om de grenzen te stellen waarbinnen hij bereid is dekking te verlenen. Dat uitgangspunt is reeds door de Hoge Raad in 2006 in het Valschermzweeftoestel-arrest geformuleerd. De verzekeraar heeft in dit geval duidelijk in de polisvoorwaarden opgenomen dat de woning, waaronder expliciet ook begrepen de bijgebouwen, niet meer is verzekerd na 60 nachten verhuur.
De rechtbank gaat evenmin mee in het causaliteitsverweer van verzekerde. Het beroep op het Fjordenpaardenarrest uit 2024 wordt gepareerd, althans de rechtbank komt op basis van een weging van omstandigheden tot het oordeel dat het beroep van verzekeraar op de verhuurclausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar is.
Daarbij weegt de rechtbank mee dat i) de verhuurbepaling een gebruikelijke én duidelijke bepaling is, ii) de achtergrond van de verhuurbepaling is gelegen in het commerciële karakter van langdurige verhuur, waarvoor een zakelijke opstalpolis nodig is en iii) de eigen verklaring van verzekerde dat de huurders mogelijk brand hebben gesticht in de schuur en eerder ook al iets in de brand hadden gestoken.
Causaliteit, of niet?
Uit het vonnis blijkt niet duidelijk of de rechtbank de vorderingen afwijst omdat zij meent dat er een causaal verband is tussen de brandschade en het schenden van de verhuurclausule (omdat de huurders de brand (mogelijk) hebben veroorzaakt, althans verhuur het risico op brand vergroot), of dat zij de causaliteitsvraag onder de gegeven omstandigheden niet relevant acht.
In ieder geval gaat de rechtbank niet in op de door de Hoge Raad in het Fjordenpaardenarrest geformuleerde gezichtspunten. Zij lijkt (mede) voor de opening te kiezen die de Hoge Raad in voornoemd arrest biedt om ook andere factoren mee te wegen bij de beoordeling of een beroep op een polisvoorwaarde naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is vanwege het ontbreken van causaal verband. Tegelijkertijd wekt de rechtbank de indruk óók een causaliteitsafweging te maken. Zij gaat voor een middenweg waarvan de uitkomst niet onredelijk voorkomt.
Deze teaser is geschreven door Rosalinde Montulet
Meer lezen over het Fjordenpaardenarrest? Zie hier
Om de uitspraak te lezen klik hier