Hoe ver reikt de bescherming van de fatbiker onder artikel 185 WVW?
Op de kruising van de Parnassusweg en Stadionweg in Amsterdam komt een fietser op een fatbike in botsing met een auto. De fietser raakt gewond en houdt de automobilist en diens WAM-verzekeraar aansprakelijk voor zijn schade. Hij vordert dat de automobilist en diens verzekeraar hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een voorschot van EUR 12.145,- voor de door hem geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade als gevolg van het verkeersongeval. Daarnaast vordert hij een hoofdelijke veroordeling tot betaling van de volledige schadevergoeding op te maken bij staat.
De automobilist en zijn WAM-verzekeraar betwisten de aansprakelijkheid. Zij voeren aan dat de fatbike vermoedelijk is opgevoerd en daardoor niet als elektrische fiets kwalificeert, waardoor het beschermingsregime van artikel 185 WVW niet van toepassing zou zijn. Daarnaast wijzen zij erop dat de fietser de fatbike heeft laten repareren vóórdat onderzoek kon plaatsvinden, waardoor hun bewijspositie is bemoeilijkt. Verder stellen zij dat sprake is van overmacht: de automobilist rijdt door groen licht, met normale snelheid, en krijgt de fietser pas in beeld wanneer een aanrijding niet meer te voorkomen is.
De rechtbank Amsterdam oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn dat de fatbike is opgevoerd. De fiets geldt dus als elektrische fiets, zodat de bescherming van artikel 185 WVW op de fatbiker van toepassing is. Die bescherming gaat echter niet zover dat de automobilist in alle gevallen aansprakelijk is. Uit het proces-verbaal en de verklaringen van getuigen en betrokkenen blijkt dat de automobilist door groen reed, terwijl de fietser door rood het kruispunt opreed. De rechtbank acht aannemelijk dat de automobilist het ongeval niet kon voorzien of voorkomen en oordeelt dat hem rechtens geen enkel verwijt valt te maken. Het beroep op overmacht slaagt en de vorderingen worden afgewezen.
Hoewel een beroep op overmacht in het kader van artikel 185 WVW in de praktijk zelden slaagt, laat deze uitspraak zien dat het wél voorkomt. Wanneer de automobilist kan aantonen dat hij zorgvuldig heeft gereden, zich aan de verkeersregels heeft gehouden en het ongeval niet heeft kunnen voorkomen, kan de rechter tot het oordeel komen dat hem rechtens geen enkel verwijt treft. Een zorgvuldige vastlegging van de toedracht - met getuigenverklaringen, verkeerslichtgegevens en andere objectieve gegevens - is daarbij van groot belang.
Deze teaser is geschreven door Rosanne Snoek
Om de uitspraak te lezen klik hier.