Is er sprake van onrechtmatige selectieve betalingen?
In 2016 ging een grote projectontwikkelaar failliet. Daarop volgde een reeks van omvangrijke procedures. In een van die procedures heeft de curator zijn pijlen (ook) op de bestuurder van de failliete vennootschap gericht en aangesproken op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. De curator meent (onder meer) dat de door de bestuurder aan hem zelf gedane betalingen onrechtmatig zijn en dat door de bestuurder ernstig verwijtbaar is gehandeld.
In navolging van de rechtbank, concludeert het hof dat er sprake is van onrechtmatige selectieve betalingen en oordeelt het dat de bestuurder persoonlijk aansprakelijk is jegens de failliete vennootschap. Het arrest biedt een duidelijke, stapsgewijze toelichting hoe het hof tot deze conclusie is gekomen.
Eerst stelt het vast dat het een bestuurder in beginsel vrij staat om op grond van een eigen afweging te bepalen welke schuldeisers van de vennootschap in de gegeven omstandigheden zullen worden voldaan en dat een bestuurder alleen persoonlijk aansprakelijk kan worden gehouden indien hem ten aanzien van zijn handelen of nalaten een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt.
Vervolgens bespreekt het hof de feiten en omstandigheden die ten tijde van de betalingen golden. Het hof stelt vast dat de financiële situatie van de onderneming bij aanvang van de betalingen uitzichtloos was en dat een faillissement niet kon uitblijven. In dit kader benoemt het hof tal van omstandigheden, waaronder (i) het vrijwel volledig stilliggen van de activiteiten, (ii) het opzeggen en opeisen van het krediet door de bank ad EUR 125 miljoen en (iii) het feit dat de onderneming niet of nauwelijks meer over activa beschikte. Dat de bestuurder desondanks betalingen aan zichzelf heeft gedaan levert een ernstig verwijt op. Dat oordeel is goed te volgen en komt niet als een verrassing.
Interessant is nog wel dat het uiteindelijke faillissement nog vier jaar op zich heeft laten wachten. Die lange periode is op zichzelf bijzonder, omdat in veel gevallen waarin de onrechtmatigheid van selectieve betalingen wordt aangenomen het handelen betrekkelijk kort voor het faillissement zal hebben plaatsgevonden. Dat het hof toch tot de conclusie komt dat er ook in dit geval sprake is van onrechtmatige selectieve betalingen is desalniettemin goed te volgen. De situatie was immers, aldus het hof, dusdanig uitzichtloos, dat ook al op dat moment duidelijk had moeten zijn dat er geen hoop meer was voor de onderneming en een faillissement uiteindelijk onafwendbaar was. In die situatie kan een bestuurder niet zomaar bedragen aan zich zelf uitbetalen en andere schuldeisers daarmee in de kou laten staan.
Deze teaser is geschreven door Huug Hieltjes
Klik hier om de uitspraak te lezen.