Tot welke schade heeft de beroepsfout geleid?
Op 11 februari 20220 werd een bedrijfspand zwaar beschadigd door een brand. De herbouwwaarde van het pand werd na de brand geschat op € 1.592.125, terwijl het pand slechts voor € 268.650 was verzekerd. Als gevolg van de onderverzekering, keerde de verzekeraar slechts € 257.625,31 uit van de getaxeerde brandschade van € 1.117.581. De pandeigenaren meenden dat zij onjuist waren geadviseerd door hun assurantietussenpersoon en eisen in deze procedure een schadevergoeding.
In hoger beroep staat vast dat er sprake is geweest van een beroepsfout. Wel staat nog ter discussie tot welke schade de beroepsfout heeft geleid. Het hof beantwoord deze vraag stapsgewijs. Eerst stelt het hof de uitgangspunten voor de begroting van de schade vast, namelijk dat deze begroot moet worden door de situatie waar de pandeigenaren in zijn terechtgekomen (de werkelijke situatie) te vergelijken met de situatie waarin zij zou hebben verkeerd wanneer hun assurantietussenpersoon de fout niet zou hebben gemaakt (de fictieve situatie).
Het arrest is met name interessant omdat het hof die situaties vervolgens uitwerkt en een inschatting maakt van de vraag of en, zo ja, voor welk bedrag de pandeigenaren in de situatie zonder fout hadden besloten het pand te verzekeren. Daarbij betrekt het de concrete stellingen die door partijen in dat kader over en weer zijn ingenomen, zoals bijvoorbeeld dat de pandeigenaren (i) na de brand andere panden op advies van de assurantietussenpersoon ook volledig hebben verzekerd, maar (ii) daar ook lange tijd mee is gewacht. Al met al concludeert het hof dat er een goede kans was dat de pandeigenaren een hogere herbouwwaarde verzekerd zouden hebben, maar mogelijk niet de gehele, hetgeen resulteert in een toerekening van 80% van de onderverzekeringsschade aan de assurantietussenpersoon.
Al met al biedt dit arrest zo een duidelijk stappenplan voor de wijze waarop schade na beroepsfouten als deze dient te worden vastgesteld. Ook geeft het arrest (nog maar eens) het belang weer van het aanvoeren van concrete stellingen, ook in het kader van de causaal verband discussie. Die stellingen hebben er immers toe geleid dat de schadevergoedingsverplichting van de assurantietussenpersoon werd verminderd met 20%.
Deze teaser is geschreven door Huug Hieltjes
Om de uitspraak te lezen klik hier.