Kan de advocaat zich disculperen nu haar cliënt niet reageerde?
In dit arrest is de aansprakelijkheid van een advocaat aan de orde wegens het niet stuiten van de verjaring van een vordering. De advocate in dit arrest had op 7 december 2012 de volgende e-mail aan haar (voormalig) client (hierna: X) gestuurd:
"Wij spraken elkaar ruim een ½ jaar geleden over de afwikkeling van de schade. Met name was voor jou van belang de lease en jij zou daarover contact opnemen met de BMW winkel (?), voor zover ik me herinner. Ik heb een concept brief opgesteld voor BMW met een voorstel voor finale kwijting, waarin alles is opgenomen, lease (heb je daar papieren van?), smartengeld, (klein) deel inkomensschade. Voornamelijk is het bepalen van de inkomensschade moeilijk. We hebben het daar ook uitgebreid over gehad. Graag hoor ik van je. (...)"
De advocate was van mening dat zij gerechtvaardigd de opdracht als beëindigd mocht beschouwen, zeker nu er geen schade meer was die nog niet was vergoed, nu zij 1) nooit reactie op voornoemde mail had ontvangen; 2) X haar ook niet had gemeld dat hij was verhuisd en 3) hij niet naar de stand van zaken in dit dossier had gevraagd toen hij 4 jaar later voor een andere kwestie bij haar kwam.
Het Hof gaat daar echter niet in mee. Het stelt voorop dat het stuiten van de verjaring, zolang de opdracht voortduurt, in beginsel tot de (kern)taken van een advocaat behoort. Niet gesteld of gebleken is dat de advocate of X de opdracht op enig moment heeft beëindigd of dat de advocate dit als stilzwijgend beëindigd kon beschouwen. Daarvoor zijn de voornoemde argumenten van de advocate onvoldoende. Als zij het dossier had willen sluiten, had het op haar weg gelegen om haar client daarover te informeren en hem te wijzen op de consequenties daarvan, waaronder het risico van verjaring. Dat het voorgaande niet van haar verlangd kon worden omdat X toch geen schade meer leed die niet al vergoed was, kan evenmin worden gevolgd. Uit de eigen stellingen van de advocate volgt immers dat zij, bij gebreke van de gevraagde stukken, juist niet in staat was om vast te stellen of er nog meer geleden of toekomstige schade (te verwachten) was.
Dit arrest onderstreept dat een advocaat zich bij het niet tijdig stuiten van de verjaring niet snel kan disculperen van een beroepsfout. De vervolgvraag – of de beroepsfout tot schade heeft geleid – zal veelal moeilijker te beantwoorden zijn. Deze vraag wordt in dit soort situaties beoordeeld aan de hand van de uitgangspunten uit het Baijings-arrest (HR 24 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:AM1905). De advocate en X zullen deze discussie in een aparte schadestaatprocedure voeren.
Om de uitspraak te lezen klik hier.
Deze teasser is geschreven door Lotte Warendorf