Voldoen de verkeersborden aan de waarschuwingsplicht van de gemeente?
Een motoragent is betrokken geraakt bij een eenzijdig ongeval doordat hij in een bocht uitgleed op een verse splitlaag. Hierbij raakte de agent lichtgewond en raakte de motorfiets ernstig beschadigd. Volgens de politie is de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk op grond van artikel 6:174 BW.
Partijen zijn het erover eens dat er door de verse splitlaag tijdelijk sprake was van een gevaarlijke situatie. De kern van het geschil is of de gemeente voldoende maatregelen heeft genomen om voor dit gevaar te waarschuwen. In dit geval waren in de bocht rechts van de weg de waarschuwingsborden ‘slipgevaar’ en ‘opspattend grind’ geplaatst.
Reeds uit HR 6 september 1996, ECLI:NL:HR:1996 (Annema-Staat) blijkt dat de wegbeheerder verplicht is verkeersborden te plaatsen om weggebruikers voor gevaren te waarschuwen. In die zaak was op een onverlichte tweestrooksrijksweg een nieuwe splitlaag aangebracht. Een auto slipte en botste tegen een boom. Vaststond dat er onverlichte reflecterende waarschuwingsborden ‘werk in uitvoering’, ‘opspattende stenen’, ‘inhaalverbod’ en ‘50 km/u’ waren geplaatst. De Hoge Raad oordeelde in die zaak dat het Hof niet voldoende had gemotiveerd waarom de waarschuwingsborden – mede gelet op de omstandigheden dat de weg niet verlicht was en de wegdekmarkering ontbrak – in dit geval óók voldoende waren als beveiliging tegen de gevaarlijke situatie.
Ook uit later gewezen rechtspraak volgt dat waarschuwingsborden niet steeds toereikend worden geacht. Zie bijvoorbeeld HR 14 september 2001, VR 2002/130, Rb. Haarlem 21 mei 2003, VR 2003/171, Hof 's-Hertogenbosch 19 februari 2003, VR 2003/156.
Hoewel gelet op de rechtspraak dus niet is uitgesloten dat de gemeente in onderhavige zaak met de waarschuwingsborden ‘slipgevaar’ en ‘opspattend grind’ onvoldoende heeft gewaarschuwd, gaat de gemeente in dit geval vrijuit. Het Hof wijst de argumenten van de politie af en oordeelt als volgt:
- De afstand tussen de waarschuwingsborden en de aanvang van de splitlaag was voldoende;
- De gemeente hoefde, aangezien de borden aan de rechterzijde van de weg goed zichtbaar waren, geen borden aan de linkerzijde te plaatsen;
- Dat de borden op minder dan 1,80 meter van de kant van de weg in de berm stonden – zoals de politie onder verwijzing naar artikel 14 van de Uitvoeringsvoorschriften BABW stelt – is niet relevant, nu dit artikel de veiligheid van weggebruikers die in de berm terechtkomen betreft en niet de zichtbaarheid van verkeersborden;
- Een extra bord met een maximumsnelheid van 30 km/uur was niet nodig, omdat de borden ‘slipgevaar’ en ‘opspattend grind’ al impliceren dat weggebruikers hun snelheid moeten aanpassen.
De gemeente heeft volgens het Hof dus niet onrechtmatig gehandeld.
Klik hier voor de uitspraak: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 november 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6785
Deze teaser is geschreven door Lotte Warendorf