Zorgplicht en geschiktheid van veiligheidsmaskers ter discussie
Tijdens een potje paintball heeft een man verf uit een paintball in zijn rechteroog gekregen, waardoor hij grotendeels zijn zicht in dat oog heeft verloren. Hij stelt dat het paintballcentrum hiervoor aansprakelijk is, omdat het door hen verstrekte veiligheidsmasker onvoldoende bescherming bood. Daarom eist hij dat wordt vastgesteld dat het paintballcentrum verantwoordelijk is voor zijn materiële en immateriële schade.
De rechtbank heeft zijn vordering afgewezen, omdat de toedracht van het ongeval niet kon worden vastgesteld. In hoger beroep oordeelt het hof echter dat de man wél een masker droeg op het moment dat hij geraakt werd, waardoor het scenario dat hij onbeschermd was, werd uitgesloten. Het hof stelt vervolgens een deskundige aan om te onderzoeken of het masker in alle gevallen bescherming biedt tegen verf uit paintballen en of het mogelijk is dat verf toch achter het masker komt, zelfs bij correct gebruik.
Op basis van dit onderzoek concludeert het hof dat de man een ongeschikt masker droeg en dat het paintballcentrum zijn zorgplicht heeft geschonden door hem hiermee te laten spelen. Er is echter aanvullend onderzoek nodig om vast te stellen of zijn oogletsel daadwerkelijk veroorzaakt is door verf en/of restanten van de paintball die achter het masker terechtkwamen.
Als een deelnemer letsel oploopt, kan aansprakelijkheid afhangen van de vraag of de uitrusting voldeed en correct gebruikt werd. Grondig onderzoek is cruciaal om vast te stellen of een gebrek aan bescherming daadwerkelijk tot het letsel heeft geleid. Dit benadrukt het belang van goed functionerende veiligheidsmiddelen en zorgvuldig toezicht op hun gebruik.
Deze teaser is geschreven door Noor Wasmus
Om de uitspraak te lezen klik hier.