Welke verplichtingen heeft een advocaat bij (het laten) betekenen van vonnissen om verbeurde dwangsommen veilig te stellen?
In deze zaak staat de vraag centraal of een advocaat aansprakelijk is voor schade die een cliënt lijdt doordat verbeurde dwangsommen niet konden worden geïnd.
Een administratiekantoor schakelt een advocaat in om op te treden tegen een voormalig kantoorvennoot. Deze wordt bij verstekvonnis veroordeeld om binnen drie werkdagen na betekening van het vonnis bedrijfseigendommen van het administratiekantoor af te geven, op straffe van een dwangsom van € 5.000 per dag. In het verzetvonnis blijft deze veroordeling grotendeels in stand.
De advocaat verzoekt vervolgens een deurwaarder om over te gaan tot executie van de inmiddels volledig vervallen dwangsommen. Wanneer blijkt dat er geen verhaalsmogelijkheden zijn, wordt de executie stilgelegd. In 2020 ontdekt het administratiekantoor echter dat de voormalig vennoot mogelijk toch verhaal biedt. Op dat moment blijkt de vordering wegens de verbeurde dwangsommen te zijn verjaard.
Het administratiekantoor stelt de advocaat aansprakelijk, omdat hij niet heeft gewaarschuwd voor de korte verjaringstermijn van dwangsommen. Daarnaast verwijt het kantoor de advocaat dat hij heeft nagelaten de deurwaarder opdracht te geven om het verstek- en verzetvonnis aan de voormalig vennoot te laten betekenen.
Het hof oordeelt dat de advocaat aansprakelijk is en verwijst daarbij naar rechtspraak van het Benelux-Gerechtshof. Hieruit volgt dat het verstekvonnis opnieuw en samen met het verzetvonnis had moeten worden betekend, nu de tenuitvoerlegging daarvan tot aan het verzetvonnis was geschorst. De advocaat had op deze betekeningseis bedacht moeten zijn en de deurwaarder daarop moeten wijzen. Verder oordeelt het hof dat de advocaat uitdrukkelijk en schriftelijk had moeten waarschuwen voor de korte verjaringstermijn van verbeurde dwangsommen.
Ten aanzien van de schade overweegt het hof dat de voormalig vennoot bij betekening opnieuw een termijn van drie werkdagen zou hebben gekregen, omdat de respijttermijn om aan de hoofdveroordeling te voldoen dan opnieuw zou zijn gaan lopen. Het hof komt daarmee op een periode van drie dagen waarover dwangsommen zijn verbeurd, wat de schade op € 15.000,- brengt.
De Hoge Raad vernietigt het oordeel van het hof. Ten eerste heeft het hof bij de respijttermijn van drie werkdagen een algemeen erkende feestdag meegerekend. De dwangsommen zouden daarom pas een dag later verschuldigd zijn geworden.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof, gelet op het partijdebat, had moeten onderzoeken of de voormalig vennoot bij betekening van het verstek- en verzetvonnis binnen de respijttermijn van drie werkdagen aan de hoofdveroordeling zou hebben voldaan, zodat hij geen dwangsommen zou hebben verbeurd. Aangezien de advocaat dit gemotiveerd heeft betoogd en het administratiekantoor dit gemotiveerd heeft betwist, kon het hof niet aan deze stelling voorbijgaan.
Of sprake is van schade zal na terugverwijzing opnieuw door een hof moeten worden beoordeeld. Deze uitspraak herinnert er in elk geval aan dat men alert moet zijn bij een procedure met verstek en verzet: als de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis tijdens de verzetprocedure is geschorst, moeten beide vonnissen (opnieuw) worden betekend. Pas na deze betekening herleeft de termijn om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Verder is de uitspraak voor advocaten een reminder dat ze zich niet altijd kunnen verschuilen achter de deurwaarder als deze laatste is ingeschakeld om bepaalde (betekenings)werkzaamheden te verrichten. In die situatie kan onder omstandigheden op de advocaat een zorgplicht blijven rusten voor een adequate uitvoering van de werkzaamheden die door de deurwaarder dienen te worden verricht.
Deze teaser is geschreven door Sanne van der Plas
Om de uitspraak te lezen klik hier.