Onlangs is er een belangrijke uitspraak verschenen van de rechtbank Gelderland in een zaak tussen een langdurig zieke werknemer en zijn werkgever. Volgens de rechtbank bouwen zieke werknemers de gehele ziekteperiode volledige vakantie-uren op, ongeacht of zij arbeid verrichten en ongeacht of zij recht hebben op loon. De rechter baseert dit oordeel op Europees recht en laat Nederlands recht op dit punt buiten toepassing.
Feiten en oordeel kantonrechter
De werknemer is sinds 2019 ziek. In verband met een opgelegde loonsanctie heeft de werkgever het loon doorbetaald tot maart 2024. Sinds maart 2024 ontvangt de werknemer een IVA-uitkering. De werknemer is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt, waardoor er geen kans meer was op herstel dan wel terugkeer in aangepast werk bij de werkgever. De werkgever weigerde mee te werken aan beëindiging van het slapende dienstverband. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per 12 augustus 2025. In lijn met de Xella-uitspraak van de Hoge Raad, kende de rechter een vergoeding ter hoogte van de transitievergoeding toe.
Partijen waren naast het geschil over de beëindiging verdeeld over de vraag of de werkgever openstaande vakantiedagen over de periode van 1 maart 2024 tot en met einde dienstverband aan de werknemer moest uitbetalen. De kantonrechter oordeelde dat zieke werknemers ook na einde wachttijd (dus na twee jaar ziekte) vakantie-uren blijven opbouwen, ongeacht of zij arbeid verrichten en ongeacht of zij recht hebben op loon. De werkgever moest daarom bij de eindafrekening óók de vakantiedagen uitbetalen die zijn opgebouwd tussen 1 maart 2024 (einde loondoorbetaling) en 12 augustus 2025 (einde dienstverband).
Nationaal recht vs. Europees recht
Ingevolge artikel 7:634 lid 1 BW is de vakantieopbouw gekoppeld aan het recht op loon. De werknemer had per 1 maart 2024 geen aanspraak meer op loon, dus zou dat volgens de Nederlandse wet betekenen dat hij daarna geen vakantiedagen meer heeft opgebouwd.
Het oordeel van de kantonrechter is echter gebaseerd op Europees recht. Dat een werknemer alleen vakantie-uren opbouwt over de tijd waarin hij aanspraak heeft op loon, is volgens de kantonrechter in strijd met artikel 7 lid 1 Richtlijn 2003/88/EG. Het recht op vakantie is ook neergelegd in artikel 31 lid 2 Handvest van de grondrechten van de EU. Het Europese Hof van Justitie heeft in het zogenoemde Max Planck-arrest bepaald dat, ingeval een nationale regeling niet op een zodanige manier kan worden uitgelegd dat zij verenigbaar is met artikel 31 lid 2 Handvest Grondrechten EU, het aan de rechter is om, zo nodig, de nationale regeling die daarmee strijdig is buiten toepassing te laten. Op basis hiervan heeft de kantonrechter de nationale bepaling in artikel 7:634 BW buiten toepassing gelaten.
Kortom, dat een werknemer alleen vakantie-uren opbouwt over de tijd waarin hij aanspraak heeft op loon, is in strijd met Europees recht. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van €13.149,74 bruto aan niet-genoten vakantie-uren.
Gevolgen voor werkgevers
Deze uitspraak betekent een belangrijke verschuiving ten opzichte van de huidige praktijk. Als andere rechters deze lijn zullen volgen, betekent dit dat een werknemer ook na einde wachttijd recht behoudt op volledige vakantieopbouw zolang de arbeidsovereenkomst (ongewijzigd) voortduurt. Dit heeft niet alleen gevolgen voor situaties waarin door de zieke werknemer in het geheel niet wordt gewerkt, maar ook voor situaties waarin een zieke werknemer na einde wachttijd in het kader van de re-integratie gedeeltelijk blijft werken zonder aanpassing van het contract.
Heeft u vragen over wat deze uitspraak betekent voor uw organisatie? Neem dan gerust contact met ons op.
Rechtbank Gelderland 12 augustus 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7054.