Je volgt als werkgever gedurende twee jaar het advies van de bedrijfsarts op en tóch kan het UWV bij de toetsing van het re-integratietraject concluderen dat de verrichte re-integratie inspanningen onvoldoende waren, met als uitkomst: een loonsanctie. Veel werkgevers ervaren daarom onzekerheid in langdurige ziekteverzuimdossiers.
Het kabinet wil die onzekerheid beperken: in het wetsvoorstel dat nu voor advies bij de Raad van State ligt, wordt het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer leidend bij de RIV-toets. Er is enkele jaren geleden een vergelijkbaar wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Zie ons eerdere bericht hierover via deze link. Dit wetsvoorstel heeft destijds niet tot wetgeving geleid.
Hoe werkt de RIV-toets nu?
Wanneer een werknemer ziek uitvalt, is de werkgever verplicht om zich in vergaande mate in te spannen voor de re-integratie van de werknemer. De werkgever moet zich bij de begeleiding van de zieke werknemer laten bijstaan door een bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft een adviserende rol bij de verzuimbegeleiding en adviseert de werkgever over arbeidsongeschiktheid, werkhervatting en re-integratie.
Indien de re-integratie-inspanningen niet leiden tot werkhervatting door de werknemer, zal de werknemer na twee jaar ziekte een WIA-uitkering aanvragen bij het UWV. Bij deze aanvraag moet onder andere het re-integratieverslag (RIV) worden gevoegd.
Het UWV beoordeelt op basis van het re-integratieverslag (RIV) of werkgever en werknemer samen “voldoende” hebben gedaan aan re-integratie. Indien het UWV meent dat de inspanningen onvoldoende zijn, kan een loonsanctie worden opgelegd. Dit betekent dat de werkgever gedurende maximaal 52 weken langer het loon van de werknemer moet doorbetalen. Ook wordt het opzegverbod met deze periode verlengd.
Onder het huidige systeem kan in bepaalde gevallen een verzekeringsarts van het UWV een eigen medisch oordeel geven over de belastbaarheid van de werknemer, bijvoorbeeld als de bedrijfsarts een medische urenbeperking heeft aangenomen of (tijdelijk) geen of marginale benutbare re-integratiemogelijkheden voor de werknemer aanwezig achtte. Als de verzekeringsarts hier achteraf toch een andere kijk op heeft dan de bedrijfsarts, dan kan dit voor de werkgever tot gevolg hebben dat – ondanks structurele opvolging van het advies van de bedrijfsarts – een loonsanctie volgt. In de periode 2022–2024 was een dergelijk medisch verschil van inzicht volgens de memorie van toelichting de hoofdoorzaak bij 8% van de inhoudelijke loonsancties.
Wat verandert er volgens het wetsvoorstel bij de RIV-toets?
Volgens het Wetsvoorstel wijziging toets op re-integratie en WIA-voorschotregeling zal het UWV bij de toetsing van het RIV-verslag in het vervolg uitgaan van de juistheid van het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer. De kern van de RIV-toets verschuift daarmee naar de vraag: hebben werkgever en werknemer re-integratie-inspanningen verricht die passen bij het bedrijfsartsadvies? Dit neemt niet weg dat loonacties mogelijk blijven als UWV vindt dat er binnen dat medische kader kansen zijn gemist. Echter één van de grondslagen hiervoor, de grond “medisch verschil van inzicht tussen bedrijfsarts en verzekeringsarts”, verdwijnt met dit wetsvoorstel.
De beoogde inwerkingtreding voor dit onderdeel van het wetsvoorstel is 1 januari 2028.
Wat betekent dit concreet voor de werkgever?
Onder het wetsvoorstel wordt het advies van de bedrijfsarts nog bepalender als kompas voor de te nemen re-integratiestappen. Heldere, concrete adviezen van de bedrijfsarts en een goed gedocumenteerd dossier verkleinen de discussieruimte bij de RIV-toets. Als je vragen hebt over re-integratie tijdens ziekte of verzuimdossiers, neem dan gerust contact met ons op.