Financiële ondernemingen kunnen klanten steeds meer verschillend behandelen dankzij technologie, mede omdat er nog weinig regels zijn die dit verbieden. Het juridische kader, bestaande uit de AWGB en WGB/CZ, maakt onderscheid tussen direct (altijd verboden) en indirect (soms gerechtvaardigd) onderscheid. In dit artikel, geschreven voor het tijdschrift Ondernemingsrecht, benadrukt Emanuel van Praag dat zelflerende algoritmen onbewust discriminerende conclusies kunnen trekken, en pleit hij voor een proactieve aanpak om mogelijke benadeelde groepen te identificeren en de maatschappelijke acceptatie van beleid of algoritmen te evalueren. Ondernemingen moeten deze risico's meenemen in hun SIRA of PARP, volgens hem.
In dit artikel worden verschillende vragen rondom dit thema behandeld, zoals 'Wat is verboden discriminatie in de zin van de Algemene wet gelijke behandeling en de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte?', 'Wat is het verschil tussen direct en indirect onderscheid?' en 'Hoe kan indirect onderscheid gerechtvaardigd worden?'.
Lees het hele artikel via de knop hieronder.