Hoewel Europa een belangrijke rol speelt op het gebied van innovatie, ervaren veel Europese ondernemingen belemmeringen bij het opschalen, het aantrekken van kapitaal en het opereren buiten de eigen landsgrenzen. In vergelijking met andere grote economieën groeien binnen de EU nog altijd minder ondernemingen uit tot mondiale marktleiders. Volgens de Europese Commissie (EC) is juridische fragmentatie, waardoor ondernemingen moeten navigeren binnen 27 verschillende rechtsstelsels, hiervoor een belangrijke oorzaak. Tegen deze achtergrond heeft de EC een voorstel gepubliceerd voor de EU Inc., een Europese rechtsvorm die beoogt de concurrentiepositie van de EU te versterken.
De EC verwacht dat in het komende decennium ongeveer 300.000 ondernemingen zullen kiezen voor de EU Inc. Bij een dergelijke omvang is een efficiënte en toegankelijke uittredingsprocedure essentieel voor het functioneren van de rechtsvorm. In de volgende paragrafen wordt daarom ingegaan op de wijze waarop de nieuw voorgestelde rechtsvorm omgaat met uittreding.
Twee procedurele tracks
Het voorstel beoogt het uittreden van zowel solvente als insolvente ondernemingen binnen de EU te vereenvoudigen en te versnellen. De procedures zijn volledig digitaal ingericht, met elektronische communicatie en elektronische indiening van crediteurenvorderingen. Standaardformulieren dragen bij aan vereenvoudiging, terwijl transparantie wordt geborgd door publicatie in een nieuw EU‑breed handelsregister.
Binnen dit kader wordt onderscheid gemaakt tussen een fast‑trackprocedure voor eenvoudige gevallen en een afzonderlijke procedure voor insolvente innovatieve start‑ups.
Fast‑trackprocedure
De fast‑trackprocedure geldt voor solvente EU Inc. ondernemingen die hun activiteiten hebben beëindigd en geen activa of passiva hebben, waardoor zij binnen ongeveer drie maanden uit het handelsregister kunnen worden verwijderd. De procedure kan ook worden toegepast wanneer nog beperkte schulden bestaan, mits schuldeisers daarmee instemmen. Gezien de beperkte complexiteit is geen curator vereist en kan de EU Inc. worden vertegenwoordigd door een bestuurder of een andere bevoegde persoon. Ter bescherming van schuldeisers is informatie publiek toegankelijk via het handelsregister en blijven bestuurders aansprakelijk voor vorderingen die tijdens de procedure nog niet (volledig) zijn ingediend.
De voorgestelde regeling vertoont gelijkenissen met de Nederlandse turboliquidatie. Hoewel wordt voorzien in openbaarmaking en voortgezette bestuurdersaansprakelijkheid, valt te bezien of deze maatregelen schuldeisers voldoende in staat stellen om de financiële positie van de onderneming ten tijde van de liquidatie te beoordelen.
Vereenvoudigde procedure voor innovatieve start‑ups
Het voorstel introduceert daarnaast een vereenvoudigde procedure voor EU Inc. ondernemingen welke worden gekwalificeerd als innovatieve start‑ups, een categorie die nog nader moet worden uitgewerkt. Vooralsnog wordt een innovatieve start‑up omschreven als een kleine, zelfstandige onderneming die in de afgelopen tien jaar is opgericht en actief is op het gebied van innovatie.
Voor deze start‑ups verlaagt het voorstel expliciet de drempel tot uittreden. Het niet kunnen voldoen aan opeisbare schulden is voldoende om deze procedure in gang te zetten. Het doel is een snelle en kostenefficiënte afwikkeling, passend bij start-ups met doorgaans beperkte activa, beperkte middelen en hogere faalkans. Crediteurenvorderingen worden geacht te zijn erkend, tenzij daartegen bezwaar wordt gemaakt, waarmee de traditionele verificatieverplichting wordt omgekeerd. Een procedure dient binnen zes maanden te worden afgerond, kent beperkte formaliteiten en vereist geen verplichte juridische bijstand. In beginsel wordt wel een curator benoemd, tenzij de bevoegde rechter of autoriteit gemotiveerd anders beslist. Wanneer geen activa van economische waarde aanwezig zijn, kan de boedel direct worden gesloten.
Een geharmoniseerd kader
De EC presenteert het EU Inc. voorstel als een geharmoniseerd kader voor de volledige levenscyclus van de onderneming, inclusief uittreding. Insolventie blijft echter een terrein waar de uitkomst in belangrijke mate wordt bepaald door nationaal recht. Insolventieregimes verschillen aanzienlijk tussen lidstaten wat betreft structuur, begrippen en institutionele praktijk, onder meer ten aanzien van rangorde van vorderingen en bestuurdersaansprakelijkheid. Hierdoor kunnen insolventieprocedures per lidstaat verschillend uitpakken, wat de vraag oproept of de EU Inc. in de praktijk niet zal leiden tot 27 nationale varianten.
De complexiteit wordt verder vergroot door de introductie van twee afzonderlijke uittredingsprocedures voor de EU Inc. Hoewel het onderscheid tussen een lichtere en een meer robuuste aanpak conceptueel duidelijk is, roept dit praktische kwalificatievragen op. De kwalificatie van een EU Inc. als innovatieve start-up of als fast trackgeval is doorslaggevend voor de toepasselijke procedure. Voor EU Inc. ondernemingen die buiten beide categorieën vallen, lijkt het nationale recht van de lidstaat van inschrijving van toepassing te blijven.
Het samenlopen van nationale insolventieprocedures en EU Inc. specifieke regimes zou kunnen leiden tot meer tot onduidelijkheid en onzekerheid.
Medezeggenschap van werknemers en procedurele waarborgen
Een ander relevant aandachtspunt betreft de positie van werknemers. Zoals het FD opmerkte, maakt het EU Inc. voorstel het eenvoudiger om werknemers te belonen met aandelenopties in plaats van salaris. Hoewel dit aantrekkelijk is vanuit het perspectief van start‑ups, kan dit model problematisch zijn in insolventiesituaties. Wanneer een onderneming insolvent raakt, kunnen aandelen die in plaats van loon zijn toegekend hun waarde verliezen, waardoor werknemers direct geconfronteerd worden met de gevolgen van insolventie.
Deze verminderde nadruk op traditionele beschermingsmechanismen komt ook tot uitdrukking in de rol die aan de curator wordt toegekend. Onder Nederlands insolventierecht vervult de curator traditioneel een centrale waarborgfunctie, met onafhankelijke toezichtstaken en bescherming van de gezamenlijke belangen van schuldeisers. Deze rol vergt echter onderzoek en tijd, terwijl juist snelheid door de EC wordt benadrukt. Deze benadering is overigens niet nieuw in Nederland. Instrumenten zoals de WHOA laten zien dat herstructureringsprocedures ook zonder benoeming van een curator effectief kunnen functioneren.
Falen als onderdeel van innovatie
Het EU Inc. voorstel weerspiegelt de opvatting dat de kosten van uittreding niet buitensporig mogen zijn, met name voor start‑ups en scale‑ups. Met snellere en meer proportionele uittredingsprocedures beoogt het voorstel een gecontroleerde afwikkeling mogelijk te maken, zonder langdurige en kostbare trajecten. Falen wordt daarmee gepresenteerd als een inherent onderdeel van innovatie.
Of het voorstel uiteindelijk zal leiden tot vereenvoudiging van ontbindings- en insolventieprocedures voor grensoverschrijdende ondernemingen, zal moeten blijken tijdens het wetgevingsproces. Hoewel het voorstel veelbelovend is voor het begin van de ondernemingscyclus, zal het uiteindelijke succes afhangen van de wijze waarop de insolventieregels voor de EU Inc. in de praktijk samenlopen met nationale insolventieregimes.
Het EU Inc.-voorstel is ook vanuit ondernemingsrechtelijk en transactioneel perspectief geanalyseerd door de teams Corporate M&A en Commercial & International Trade van Kennedy Van der Laan. Lees dit overzicht hier: Voorstel voor een Europees vennootschapsrecht: EU Inc.