Cryptoactivadienstverleners (CASPs) moeten sinds 30 juni 2025 beschikken over een MiCAR vergunning om hun diensten te mogen verlenen. Om deze vergunning te krijgen en te houden moeten zij aan doorlopende regels voldoen, waaronder regels die dienen ter bescherming van hun cliënten.
CASPs die hun diensten verlenen aan consumenten zullen zich, naast de MiCAR, ook aan de algemene consumenten(beschermings)regels moeten houden. Met name van belang zijn de precontractuele informatieplichten die op CASPs van toepassing zijn. In deze blog leggen wij uit aan welke consumentenregels CASPs moeten voldoen, en dan met name de precontractuele informatieplichten.
Precontractuele informatieplichten in de MICAR
Om te beginnen een kort overzicht van de precontractuele informatieplichten die in MiCAR zijn opgenomen. Deze regels zijn beperkt. In de MiCAR staan een paar algemene informatieplichten die van toepassing zijn op alle CASPs. Deze vereisten gelden ten aanzien van al hun cliënten:
- Zij moeten hun cliënten correcte, heldere en niet-misleidende informatie verstrekken.
- Zij moeten hun cliënten waarschuwen voor de risico’s die aan transacties in cryptoactiva verbonden zijn.
- Zij moeten hun tarief-, kosten- en vergoedingenbeleid op hun websites plaatsen, zodat cliënten dit kunnen raadplegen.
Naast deze algemene vereisten gelden additionele, precontractuele informatieplichten voor specifieke cryptodiensten. Een CASP die bijvoorbeeld cryptoactivaoverdrachtdiensten verleent, moet in haar klantenovereenkomst informatie opnemen over o.a. de modaliteiten (manier waarop) deze diensten worden verricht en de toepasselijke kosten. Daarnaast heeft de ESMA in haar Richtsnoeren verduidelijkt dat de kosten van een individuele crypto-overdracht voorafgaand aan de overdracht aan de cliënt moet worden verstrekt. Voor CASPs die orders ontvangen en doorgeven of uitvoeren staat echter nergens in de MiCAR dat de individuele kosten per order voorafgaand aan de cliënt moeten worden verstrekt. De informatieplichten kunnen dus per soort cryptodienst verschillen.
Het online verlenen van cryptodiensten en de Richtlijn financiële diensten op afstand
Vereisten uit de Richtlijnen
De Richtlijn financiële diensten op afstand (Richtlijn (EU) 2023/2673) bevat regels die van toepassing zijn op overeenkomsten inzake financiële diensten die op afstand gesloten zijn met consumenten. Het gaat om regels voor het verstrekken van precontractuele informatie, het ontbindingsrecht en regels ter bescherming van consumenten bij het online sluiten van overeenkomsten voor financiële diensten. Vergelijkbare maar niettemin enigszins andere verplichtingen staan in de Richtlijn Consumentenrechten (Richtlijn 2011/83/EU). Zoals wij hierna toelichten is het niet duidelijk of cryptodiensten onder de Richtlijn financiële diensten op afstand of de Richtlijn Consumentenrechten vallen.
Wij hebben hieronder de verschillen opgenomen tussen deze richtlijnen:
In de MiCAR wordt in de preambules verwezen naar de Richtlijn financiële diensten op afstand. Volgens preambule 79 van de MiCAR moeten cryptodiensten als financiële diensten, zoals gedefinieerd in die richtlijn, worden beschouwd in gevallen waarin zij aan de criteria van die richtlijn voldoen (als ze dus online worden aangeboden). Hierin staat verder dat als cryptodiensten op afstand worden aangeboden, deze diensten onder de reikwijdte van de Richtlijn financiële diensten op afstand moeten vallen, tenzij uitdrukkelijk in de MiCAR anders is bepaald. Volgens de Europese wetgever kwalificeren cryptodiensten dus als financiële diensten onder de Richtlijn financiële diensten op afstand als zij online worden aangeboden.
De Nederlandse implementatie van de vernieuwde Richtlijn financiële diensten op afstand
De Nederlandse wetgever heeft echter in april dit jaar de Implementatiewet voor de vernieuwde Richtlijn financiële diensten op afstand gepubliceerd. De vereisten zullen worden uitgewerkt in een (nader te publiceren) Implementatiebesluit waarin het BGfo wordt gewijzigd.
De Nederlandse wetgever heeft in de Implementatiewet helaas niet verduidelijkt of cryptodiensten nu wel of niet onder de reikwijdte vallen. Tussen neus en lippen door lijkt de Nederlandse wetgever cryptodiensten niet te kwalificeren als ‘financiële diensten’, waardoor zij ook niet onder de Nederlandse bepalingen ter implementatie van de Richtlijn financiële diensten op afstand vallen. Dit zou betekenen dat de Richtlijn financiële diensten op afstand niet van toepassing is op cryptodiensten, maar de Richtlijn Consumentenrechten.
Helaas lijkt er door de Nederlandse implementatie van de vernieuwde Richtlijn financiële diensten op afstand een onderscheid te ontstaan tussen enerzijds CASPs (die moeten voldoen aan de bepalingen van de Richtlijn Consumentrechten die gelden voor andere, online diensten) en anderzijds partijen die financiële diensten verlenen (die onder de specifieke vereisten uit de Richtlijn financiële diensten op afstand vallen).
Volgens ons slaat de Nederlandse wetgever de plank mis met de implementatie van de Richtlijn financiële diensten op afstand. Cryptodiensten aan consumenten zouden wat ons betreft wel onder de Nederlandse implementatie van de Richtlijn financiële diensten moeten vallen. Dit omdat de Europese wetgever duidelijk heeft aangegeven dat CASPs die online cryptodiensten aanbieden de regels van de Richtlijn financiële diensten op afstand moeten toepassen.
Cryptodiensten met betrekking tot e-money tokens
Voor CASPs die cryptodiensten aan consumenten aanbieden met betrekking tot e-money tokens geldt de Nederlandse implementatie van de Richtlijn financiële diensten op afstand overigens wel. Dit omdat e-money tokens kwalificeren als elektronisch geld, en daarmee als een financieel product. Naar verwachting zal dit voor veel CASPs relevant zijn. Bij crypto-transfers wordt namelijk vaak gebruik gemaakt van e-money tokens en deze crypto-transfers kwalificeren daarmee als betaaldiensten. Hierdoor vallen deze CASPs met betrekking tot die cryptodiensten wel onder de reikwijdte van de Richtlijn financiële diensten op afstand.
Grensoverschrijdende diensten door CASPs
Voor CASPs die grensoverschrijdend diensten verlenen aan consumenten is het relevant om te kijken naar de nationale implementatie van de Richtlijn financiële diensten op afstand in andere landen binnen de EU. De Nederlandse implementatie is daarbij niet relevant. In deze landen zouden de bepalingen uit de Richtlijn wellicht wel van toepassing kunnen zijn op CASPs. Ook kunnen die landen mogelijk strengere precontractuele eisen of eisen met betrekking tot het gebruik van online-interfaces geïmplementeerd hebben, aangezien de Richtlijn financiële diensten op afstand lidstaten deze ruimte biedt.
Conclusie
Al met al levert het bovenstaande het volgende beeld op:
Ondanks de onduidelijkheid in de Nederlands wetgeving raden wij CASPs toch aan om rekening te houden met de vereisten van de Richtlijn financiële diensten op afstand. Dit omdat een schending van deze vereisten ten opzichte van consumenten vervelende gevolgen kan hebben.
Wet oneerlijke handelspraktijken
Naast de vereisten in de MiCAR en de Richtlijn Consumentenrechten of de Richtlijn financiële diensten op afstand moeten CASPs zich houden aan de Wet oneerlijke handelspraktijken als zij cryptodiensten aan consumenten verlenen.
Met betrekking tot het verstrekken van precontractuele informatie is met name van belang dat CASPs consumenten de essentiële informatie over hun cryptodiensten en producten moeten verstrekken. Dit gaat om de informatie die een consument in ieder geval nodig heeft om een weloverwogen besluit te kunnen nemen. In dat kader geldt dat het niet of onjuist verstrekken van de verplichte, precontractuele informatie aan een consument tot een misleidende omissie en daarmee een oneerlijke handelspraktijk leidt, met als gevolg dat de consument de overeenkomst kan vernietigen.