Begin 2025 is een aangepaste versie van de Wet integere bedrijfsvoering zorgaanbieders (“Wibz”) ingediend bij de Tweede Kamer. Over dit wetsvoorstel, dat in het leven is geroepen om de bedrijfsvoering van zorginstellingen te verbeteren én excessen op het gebied van winstuitkering tegen te gaan, schreven wij eerder al een tweetal artikelen. In 2024 gingen wij in op de publicatie van het wetsvoorstel Wibz, waarna wij in 2025 aandacht besteedden aan de wijzigingen die het kabinet vervolgens in het wetsvoorstel heeft aangebracht.
Begin juli 2026 heeft minister Sterk een aanscherping en wijziging van het wetsvoorstel Wibz aangekondigd. Het kabinet beschouwt de Wibz als een belangrijke stap om verantwoord ondernemerschap in de zorg te bevorderen, maar vindt de huidige voorstellen nog onvoldoende om misbruik van zorggelden en ongewenste financiële constructies effectief tegen te gaan. Aanleiding daarvoor vormt mede jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de procedure van Radiology Holland B.V. tegen de Minister over het winstuitkeringsverbod en de wens om te komen tot een uniformer en beter uitvoerbaar stelsel.
De voorgestelde aanscherpingen van het wetsvoorstel Wibz richten zich met name op winstuitkeringen en de financiële bedrijfsvoering van zorg- en jeugdhulpaanbieders. Het doel is om misbruik van zorggelden en excessieve winstuitkeringen tegen te gaan, terwijl ruimte blijft bestaan voor verantwoord ondernemerschap en investeringen in de zorg. In dit artikel gaan wij in op de voorgestelde aanpassingen van de Wibz.
Aanvullende voorwaarden winstuitkeringen
De meest opvallende wijziging betreft het stelsel voor winstuitkeringen. Het kabinet stelt voor om het huidige systeem van gedeeltelijke winstuitkeringsverboden te vervangen door één uniform regime voor alle aanbieders van zorg en jeugdhulp. Op dit moment verschillen de regels per sector en leveringsvorm. Voor bepaalde zorgaanbieders geldt een winstuitkeringsverbod, terwijl andere aanbieders wel winst mogen uitkeren. Volgens het kabinet leidt dit tot een versnipperd systeem dat onvoldoende duidelijk en handhaafbaar is.
In het nieuwe stelsel wordt het in beginsel voor alle zorg- en jeugdhulpaanbieders mogelijk om winst uit te keren. Daar staat tegenover dat de voorwaarden voor winstuitkering aanzienlijk worden aangescherpt. Het kabinet beoogt daarmee een gelijk speelveld te creëren voor alle aanbieders, ongeacht sector of leveringsvorm, en tegelijkertijd te voorkomen dat publieke middelen via hoge rendementen of complexe constructies aan de zorg worden onttrokken.
Het kabinet stelt voor om een maximum te verbinden aan winstuitkeringen in de zorg. Daarnaast mogen winstuitkeringen alleen plaatsvinden als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- Naleving van de verplichting tot openbare jaarverantwoording;
- Naleving van de norm dat bij grote transacties met verbonden partijen onder normale marktomstandigheden wordt gehandeld;
- Naleving van het verbod op het nemen van onverantwoorde risico’s bij het aantrekken of terugbetalen van eigen of vreemd vermogen.
De belangrijkste wijziging is de introductie van een wettelijk maximumrendement. Op grond van het voorstel mag een winstuitkering niet hoger zijn dan een nog vast te stellen percentage van het geïnvesteerde vermogen. De hoogte van het maximale rendement wordt nog nader onderzocht en is daarom op dit moment nog niet vastgesteld. Het kabinet beoogt daarmee duidelijkheid te bieden over wat als een aanvaardbaar rendement in de zorg kan worden beschouwd. Volgens het kabinet moet ruimte blijven bestaan voor een redelijk rendement op investeringen, terwijl buitensporige winstuitkeringen worden tegengegaan.
De voorgestelde wijzigingen ten aanzien van het winstuitkeringsverbod kunnen in het bijzonder relevant zijn voor private-equitypartijen en andere investeerders die actief zijn in de zorgsector. Investeringen en financieringsstructuren die uitgaan van hoge rendementen zullen mogelijk opnieuw tegen het licht moeten worden gehouden. Tegelijkertijd wordt winstuitkering ook mogelijk in sectoren waarin nu nog een winstuitkeringsverbod geldt.
Verdere aanpassingen Wibz
Naast de voorgestelde aanpassing ten aanzien van het winstuitkeringsverbod, stelt het kabinet nog een aantal andere aanpassingen van de Wibz voor.
Bedrijfsvoering
Het kabinet scherpt ook de normen voor de bedrijfsvoering aan. Voorgesteld wordt om duidelijker te regelen welke transacties met gelieerde partijen onder toezicht vallen. Daarnaast wordt voor vastgoedtransacties met gelieerde partijen een voorafgaande meldplicht bij de NZa voorgesteld. Verder krijgt de NZa meer mogelijkheden om toezicht te houden op financieringsconstructies. Met name overnameconstructies waarbij de financieringsschuld van de koper op de zorgaanbieder wordt afgewenteld moeten worden beperkt.
Stopregeling
Daarnaast introduceert het kabinet een zogenoemde stopregeling. Deze moet voorkomen dat aanbieders toezicht of handhaving kunnen ontlopen door hun activiteiten te beëindigen of de rechtspersoon op te heffen. De bedoeling is om ook nadat een aanbieder is gestopt bepaalde verplichtingen zoals administratieverplichtingen, het indienen van een jaarverantwoording of voorwaarden voor winstuitkeringen blijven gelden. Bestuurders of rechtsopvolgers kunnen daarop worden aangesproken.
Jaarverantwoording
Tot slot wordt het belang van de openbare jaarverantwoording verder benadrukt. Wanneer een zorgaanbieder gedurende meerdere jaren niet of niet correct aan deze verplichting voldoet, kan dit voortaan, althans zo stelt het kabinet voor, een zelfstandige grond vormen om een
Wat betekent dit voor de praktijk?
Hoewel het wetsvoorstel nog niet is aangenomen, is duidelijk dat het kabinet inzet op verdergaande regulering van financiële stromen in de zorg. In een kamerbrief van 3 juli 2026 heeft het kabinet aan de Tweede Kamer aangekondigd de Wibz op diverse punten aan te scherpen. Deze wijzigingen zullen worden opgenomen in een nota van wijziging, die vervolgens aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden. Of deze voorgenomen aanscherpingen uiteindelijk ook daadwerkelijk leiden tot een wijziging van de Wibz, zal afhangen van de parlementaire behandeling.