Wanneer gaat de verjaringstermijn lopen onder een aansprakelijkheidsverzekering? De Hoge Raad oordeelt.
Op grond van artikel 7:942 lid 1 BW verjaart een vordering tegen de verzekeraar tot het doen van een uitkering onder een verzekering door verloop van drie jaren na de dag volgend op die waarop de tot uitkering gerechtigde (de verzekerde) bekend is geworden met de opeisbaarheid daarvan.
Recent lag bij de Hoge Raad de vraag voor wanneer sprake is van bekendheid met een opeisbare vordering onder een aansprakelijkheidsverzekering. Is dat al wanneer de verzekerde van een derde een stuitingsmededeling ontvangt, of pas wanneer de verzekerde daadwerkelijk aansprakelijk wordt gesteld?
In de zaak die tot het arrest leidde, was een werkneemster van de verzekerde op 4 november 2009 betrokken geraakt bij een eenzijdig verkeersongeval. Bij brief van 24 september 2014 liet zij haar werkgever weten eventuele rechten jegens hem voor te behouden. Pas bij brief van 25 juni 2018 stelde zij haar werkgever aansprakelijk wegens het niet zorgdragen voor een behoorlijke verzekering (artikel 7:611 BW).
De werkgever meldde deze aansprakelijkstelling bij zijn aansprakelijkheidsverzekeraar. De verzekeraar beriep zich echter op verjaring van de verzekeringsvordering. Volgens de verzekeraar was de verzekerde werkgever al vanaf de datum van het ongeval, althans vanaf ontvangst van de stuitingsmededeling, bekend met de opeisbaarheid van zijn vordering. De werkgever stelde daarentegen dat zijn vordering pas opeisbaar was geworden op het moment van de daadwerkelijke aansprakelijkstelling.
Het oordeel van de Hoge Raad is kort en duidelijk: uit de wetsgeschiedenis volgt dat een verzekerde pas een opeisbare vordering op zijn verzekeraar heeft wanneer hij door een derde (de benadeelde) aansprakelijk is gesteld. Zolang de benadeelde de verzekerde nog niet aansprakelijk heeft gesteld, heeft de verzekerde slechts een voorwaardelijke, niet-opeisbare vordering op de verzekeraar. De verjaringstermijn begint dan nog niet te lopen.
Belangrijk is daarnaast dat dit arrest niet betekent dat verzekerden stuitingsmededelingen niet hoeven te melden bij hun verzekeraar. Polisvoorwaarden bevatten vaak de verplichting om niet alleen aanspraken, maar ook omstandigheden die tot aanspraken kunnen leiden – of waaruit kan worden afgeleid dat mogelijk een aanspraak zal volgen – bij de verzekeraar te melden. Het niet voldoen aan deze meldplicht kan gevolgen voor de dekking hebben.
Het blijft daarom essentieel de verzekeraar te informeren over (mogelijk) schadeveroorzakende gebeurtenissen en relevante berichten die de verzekerde ontvangt, ongeacht of al sprake is van een formele aansprakelijkstelling. Maar voor het ingaan van de driejarige verjaringstermijn is die aansprakelijkstelling wél vereist. Dat heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 14 november 2025 helder bevestigd (ECLI:NL:HR:2025:1686).
Dit blogje is geschreven door Rosalinde Montulet
Om de uitspraak te lezen klik hier.