Zichtbaar gevaar en eigen verantwoordelijkheid centraal in het eerste arrest van het hof over duikongeval.
De zaak
Het gerechtshof Amsterdam oordeelt dat de gemeente Amsterdam niet aansprakelijk is voor de ernstige gevolgen van een duikongeval bij de Bogortuin.
In deze zaak liep een man onder meer een dwarslaesie op nadat hij vanaf een bijna twee meter hoge kademuur met zijn hoofd vooruit in ondiep water was gedoken. Daarbij kwam hij terecht in een ondiep gedeelte van het water nabij een terrasconstructie die onder water doorloopt.
In een eerder deelgeschil oordeelde de rechtbank dat de gemeente niet aansprakelijk was, omdat zij niet gehouden was veiligheidsmaatregelen te treffen. In de daaropvolgende bodemprocedure kwam de rechtbank op die beslissing terug wegens nieuw gebleken feiten. Zij achtte de gemeente aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW en veroordeelde haar, na toepassing van een billijkheidscorrectie, tot vergoeding van 80% van de schade.
Het hof vernietigt dit vonnis. Volgens het hof gold ter plaatse een zwemverbod en kon geen sprake zijn van een ‘informele ontheffing’. Ook is de gemeente geen bezitter van de terrasconstructie en het onderwatertalud, terwijl de kademuur geen gebrekkige opstal vormt in de zin van artikel 6:174 BW. Bij de beoordeling op grond van artikel 6:162 BW benadrukt het hof dat de ondiepte en obstakels vanaf de kade zichtbaar waren en dat de risico’s van duiken in onbekend natuurwater algemeen bekend zijn. De kans dat iemand juist naast de terrastreden vanaf de hoge kademuur het water in zou duiken, acht het hof zo klein en onwaarschijnlijk dat de gemeente daarmee geen rekening hoefde te houden.
Praktijkwenk
Aan dit arrest komt bijzonder belang toe, nu het om het eerste arrest van een hof in een zogenoemde duikzaak gaat. Het hof biedt daarmee belangrijke handvatten voor de beoordeling van de aansprakelijkheid van beheerders van open water bij ongevallen. Opvallend is dat veel gewicht wordt toegekend aan de zichtbaarheid van het gevaar, de algemene bekendheid van de risico’s van duiken in natuurwater en de geringe waarschijnlijkheid van het specifieke ongeval. Daarnaast maakt het hof duidelijk dat het enkele feit dat een beheerder een bepaalde situatie gedoogt, niet betekent dat zij verplicht is vergaande veiligheidsmaatregelen te treffen. Voor toekomstige duikzaken onderstreept dit arrest dat niet zozeer uitsluitend de ernst van de gevolgen, maar vooral de voorzienbaarheid van het ongeval en de kans op verwezenlijking van het risico bepalend zijn voor de aansprakelijkheidsvraag.
Deze teaser is geschreven door Tim van Wonderen
Om de uitspraak te lezen klik hier.